Sportdeelname Veilige Sport Sociale veiligheid Integriteit

Jindo Doetinchem: goed training geven moet je ook leren

4 mei 2026
Jindo Doetinchem: goed training geven moet je ook leren

Bij Judoclub Jindo in Doetinchem draait het om meer dan sport alleen. Minstens zo belangrijk is wat kinderen daarnaast ontwikkelen: zelfvertrouwen, grenzen aangeven en omgaan met anderen. “Het is niet alleen sport,” zegt oprichter en trainer-coach Thijs. “Het is ook persoonlijke groei. We willen kinderen sterker maken. Niet alleen op de mat, maar ook daarbuiten.”

Kijken naar het kind achter de judoka

Waar veel clubs starten vanuit de sport, begint Jindo bij het kind. Trainers kijken niet alleen naar wat iemand kan, maar vooral naar wie iemand is en wat die nodig heeft. “Wij krijgen allerlei kinderen binnen,” legt Thijs uit. “Kinderen die druk zijn, onzeker, of juist heel sportief. Iedereen heeft iets anders nodig. Daarom kijken we eerst naar het kind, en daarna naar de sport.” Gedrag staat daarin centraal. “Gedrag komt altijd ergens vandaan,” zegt Thijs, “dus we gaan in gesprek. Wat speelt er? Wat heeft een kind nodig?” Van daaruit wordt gedrag stap voor stap begeleid. “We sturen op wat goed gaat en bouwen dat uit. Zo groeit een kind in zelfvertrouwen.” Dat zie je terug op de mat: kinderen voelen zich veilig, durven stappen te zetten en ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

NOCNSF Judo 1500

Groeien als sporter en mens 

Om dat goed te kunnen doen, investeren ze bij Jindo continu in hun trainer-coaches. Niet alleen technisch, maar juist ook in hoe ze met kinderen omgaan. “Les geven moet je ook leren.” Daarom komen alle trainer-coaches wekelijks bij elkaar. Tijdens deze bijeenkomsten is er ook ruimte voor onderwerpen die minder vanzelfsprekend zijn. “Eerst nemen we het praktische lesprogramma van de komende tijd door. Daarna kiezen we een kwetsbaar onderwerp. We bespreken daarbij verschillende situaties: hoe begeleid je een kind, hoe ga je om met gedrag, hoe sluit je beter aan?” Die gezamenlijke ontwikkeling zorgt voor een gedeelde aanpak. “Zo leren we van elkaar en worden we beter in wat we doen.” Door dit soort gesprekken wordt het onderwerp bespreekbaar. “Het is niet altijd direct onderdeel van training geven, maar wel even belangrijk.”

In de praktijk merkt Thijs het verschil. “Door stil te staan bij het onderwerp zie ik dat het zelfvertrouwen van de trainers - en met name de jongere assistenten - groeit om hierin te durven handelen. Ze durven mensen aan te spreken op hun gedrag en snappen hoe ieder kind op een andere manier leert.” Dat heeft effect. “Kinderen die zich veilig voelen, voelen zich sneller op hun gemak. Zeker bij een fysieke sport zoals judo.” En dat zie je terug: “Je ziet ze sneller groeien. In de sport, maar ook als mens.”

Samen groeien als club

De aanpak van Jindo heeft effect op de hele club. Niet alleen sporters groeien, ook trainers ontwikkelen zich continu. De club betrekt bewust jonge assistenten bij de trainingen. “Iedere lesgroep heeft minimaal twee assistenten. Dat zijn jongeren die het leuk vinden om mee te helpen.” Daardoor is er meer aandacht voor het individu en ontstaat er ruimte om kinderen beter te begeleiden. Iets wat ook positief is voor de betrokkenheid en groei van de club. “Je ziet dat onze assistenten vaak enthousiast blijven om zich in te blijven zetten voor de club. We leiden ze eerst intern op, en wanneer ze hun zwarte band halen kunnen ze de lerarenopleiding volgen.” Het resultaat is zichtbaar: “We hebben nu eigenlijk te veel vrijwilligers voor de club.” Wat begint met investeren in trainer-coaches, groeit zo uit tot een sterke en betrokken clubcultuur. Maar voor Thijs blijft de essentie simpel: “Als een kind met een glimlach van de mat loopt en trots is op zichzelf, dan weet je dat je goed zit.”

Deel dit artikel op social media: