Onze welvaart vraagt om meer dan economische groei
Marc van den Tweel 3 september 2026
Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het rapport van Peter Wennink, voormalig topman van ASML, die van het vorige kabinet de vraag kreeg om een onafhankelijk advies op te stellen over het toekomstig verdienvermogen en de welvaart van Nederland. Een rapport dat adviezen geeft aan het kabinet en de toekomst van ons land schetst. Belangrijk, want achter alle miljarden, investeringen en groeipercentages zit een fundamentele vraag: hoe houden we Nederland in de toekomst vrij, veilig en welvarend?
Wenninks rekensom is helder. Onze publieke uitgaven stijgen harder dan dat onze economie kan dragen. We moeten dus meer verdienen. Door te investeren, innoveren en vooral productiever te worden.
Maar wie alleen naar economische groei kijkt, rekent wat mij betreft maar één kant op. We kunnen proberen harder te groeien om een steeds hogere maatschappelijke rekening te betalen. We kunnen óók zorgen dat die rekening minder hard stijgt. Een gezonde economie heeft namelijk weinig aan een bevolking die steeds minder gezond, vitaal en weerbaar wordt.
Met onze sportinfrastructuur hebben we iets waardevols in handen. Maar we zijn nog onvoldoende in staat die waarde ook daadwerkelijk te verzilveren. Immers, we hebben in veel sectoren een groot personeelstekort dat alleen maar zal stijgen en het ziekteverzuim is hoog. Sporten vergroot aantoonbaar de arbeidsproductiviteit en zorgt voor een mentaal en fysiek vitale beroepsbevolking.
Nederland beschikt over een uniek netwerk van verenigingen, sportondernemers, bonden en professionals, gedragen door honderdduizenden vrijwilligers. Tot diep in onze wijken en dorpen bereikt die infrastructuur iedere week miljoenen Nederlanders.
Daar wordt gesport. Maar daar gebeurt veel meer. Mensen blijven fit, kinderen ontwikkelen zich, mensen ontmoeten elkaar en vrijwilligers zetten zich in voor de gemeenschap. Dat heeft harde waarde: iedere euro die wordt geïnvesteerd in sport en bewegen levert naar schatting €2,76 aan maatschappelijke waarde op.
En toch behandelen we sport bij de verdeling van middelen altijd als een afzonderlijke kostenpost. Dat vind ik een gedateerde manier van denken.
De opbrengst houdt namelijk niet op bij sport. Die vinden we terug in gezondheid, hogere arbeidsproductiviteit, lager ziekteverzuim, lagere zorgkosten, weerbaarheid, leefbaarheid, sociale cohesie en onze internationale concurrentiekracht. Want een aantrekkelijk vestigingsklimaat bestaat niet alleen uit goede fiscale regelingen, maar ook goed onderwijs, cultuur, natuur én goede sportfaciliteiten.
Mijn oproep is daarom: zie sportinfrastructuur niet als sluitpost, maar als onderdeel van het fundament onder onze toekomstige welvaart. Beoordeel investeringen in de sport niet alleen op de directe opbrengst, maar ook op de maatschappelijke kosten die we daarmee voorkomen.
Investeren in sport is geen investering in sport alleen, maar draagt bij aan een land dat, in de woorden van Wennink, niet alleen economisch succesvol, maar ook verantwoordelijk, veerkrachtig en veilig is.
Marc van den Tweel, algemeen directeur - bestuurder NOC*NSF