NOC*NSF Column Onderzoek

Verlos het midden- en kleinbedrijf van de rekening voor sportblessures

Marc van den Tweel 15 juli 2026
Verlos het midden- en kleinbedrijf van de rekening voor sportblessures

De amateur- en verenigingsport en het midden- en kleinbedrijf in ons land hebben een intensieve relatie. Voornamelijk positief, maar te vaak ook leidend tot langdurige financiële druk voor ondernemers door blessureleed. Dat is het gevolg van regelgeving waarmee Nederland helaas eenzaam bovenaan staat in Europa.

Eerst de rooskleurige kant van de relatie: bezoek een willekeurige sportclub in het land en je ziet rondom het veld direct de doorslaggevende sponsorrol van lokale ondernemers. Het midden- en kleinbedrijf steunt financieel, praktisch en moreel de ruim 22.000 sportverenigingen in ons land. Onmisbaar voor de sport, voor de sociale cohesie, kortom voor de gemeenschapszin. En onmisbaar ook, laten we dat vooral niet vergeten, voor fitte, gezonde en weerbare medewerkers.

Ook sportieve evenementen voor het goede doel (zoals de Alpe d’HuZes van KWF Kankerbestrijding of de HomeRide van het Ronald McDonald Kinderfonds) zijn afhankelijk van ondernemers. Een groot deel van het geld dat deelnemers betalen om mee te kunnen doen, is afkomstig van lokale sponsoren. Letterlijk de winkel om de hoek, de bevriende aannemer, de autodealer. Het MKB draagt op deze wijze vele tientallen, mogelijk zelfs honderden miljoenen bij aan een sportief en vitaal Nederland. Dat doen MKB’ers met plezier omdat ze onderdeel willen zijn van de samenleving.

Sport brengt op zijn beurt ondernemers ook iets essentieels: gezonde en vitale werknemers. Een al wat oudere TNO-studie constateert dat werknemers die sporten minder vaak en vooral minder láng verzuimen. Actueler onderzoek, o.a. van de Wereldgezondheidsorganisatie laat zien dat bewegingsprogramma’s voor werknemers het aantal ziekteverzuimdagen drastisch omlaag brengen, vooral in zittende beroepen. Niet alleen door bewegen overigens, maar ook door een parallelle leefstijlverandering waarvoor sport vaak de katalysator is.

De positieve impact naar beide kanten krijgt helaas een flinke knauw als een medewerker een sportblessure oploopt. Een reëel risico. Maar dan is de rekening voor de werkgever. In de dubbele betekenis van het woord: afwezigheid van het broodnodige personeelslid én een onkostenpost die nachtmerrie-achtige vormen kan aannemen: de loondoorbetalingsverplichting. Twee jaar lang.

Dit feit maakt kleine ondernemingen logischerwijs kopschuw om hun medewerkers te stimuleren te gaan sporten met bijvoorbeeld een bijdrage aan de contributie voor de sportvereniging of een bedrijfsfitnessregeling.

Nederland staat met duur van twee jaar doorbetalen eenzaam aan kop in Europa. In België en Denemarken betalen werkgevers de eerste 30 dagen, in Duitsland is dat 6 weken, in het VK 28 weken en in Frankrijk heeft de werkgever vanaf de eerste ziekmelding alleen een aanvullende rol.

Daarom is het van doorslaggevend belang dat het kabinet snel werk maakt van de motie die in september 2025 door de Tweede Kamer met algemene steun werd aangenomen: een regeling die voor kleinere bedrijven de tweejarige doorbetaling bij ziekteverzuim vervangt door een collectieve voorziening, zonder afbreuk te doen aan de rechten van werknemers.

Dit is in het belang van een vitale beroepsbevolking en een krachtige economie, die op alle fronten – ook door de organisatie waar mensen werken – concreet wordt aangemoedigd en gesteund om te gaan sporten. Op een verantwoorde manier, met begeleiding. Dan kan ook het midden- en kleinbedrijf met liefde de lokale sportvereniging blijven steunen en zorgeloos juichen voor hun medewerkers óp het veld. En komen de financiële gevolgen van een eventuele sportblessure niet eenzijdig terecht bij werkgevers in het midden- en kleinbedrijf.

Marc van den Tweel, algemeen directeur-bestuurder NOC*NSF

Deze column verscheen eerder in het FD

Deel dit artikel op social media: