NOC*NSF Column

Sport is het verschil maken; laat die winst niet verdampen

Marc van den Tweel 23 juni 2026
Sport is het verschil maken; laat die winst niet verdampen

Sport is voor mij het verschil maken voor mensen. Want dat dóet sport.

Voor al die mensen die elke weekend ergens op het veld staan (of langs de lijn), die naar de sportschool gaan of fietsen met vrienden… Voor de zesduizend jongeren die dit jaar deelnamen aan de jaarlijkse finale van de TeamNL -scholencompetitie.

Én voor de 3000 (!) mensen met een verstandelijke beperking die meededen aan de Special Olympics, eerder deze maand in Haarlem. Baby-zwemmen, senioren-gymnastiek, de G-teams bij de sportvereniging in de buurt… Het zijn de impulsen voor een gelukkige, verbonden en vitale samenleving waarin iedereen op z’n eigen manier kan meedoen.

Dat concrete verschil dat de sportsector maakt voor mensen, kun je vangen in cijfers, in bedragen. Zie de vele onderzoeken, zie de SROI van sport. Er is geen andere sector die zo’n maatschappelijk rendement oplevert. Dat doen we met burgerkracht en beperkte middelen.

Naast de maatschappelijke impact, zijn er ook de harde economische factoren: zorgkosten en de arbeidsmarkt. Gezonde medewerkers, een lager ziekteverzuim…  Nederland zit erom te springen. Denk in dit verband ook aan Defensie als sterk groeiende werkgever. We zijn kortom in alle opzichten toe aan gezonde, weerbare generaties – jong en oud. Dat weten u en ik, dat weet Den Haag.

Er was alle reden voor optimisme toen dit kabinet aantrad. Want dezelfde drive die mensen in de sportsector beweegt, sprak uit het Coalitieakkoord op thema sport. Je hoorde het letterlijk terug in de woorden van onze premier.

Natuurlijk, dit kabinet ziet zich geconfronteerd met enorme opgaven. En het is niet onlogisch dat alle sectoren – óók sport – bijdragen. Maar de evenredigheid lijkt zoek.

Immers, samen met het ministerie van VWS hebben we acht jaar lang geïnvesteerd in twee Sportakkoorden; we hebben lokale netwerken opgebouwd, projectmatig onderzocht wat de beste aanpak is om mensen in beweging te krijgen, om sport toegankelijker te maken voor kwetsbare groepen, om jongeren te enthousiasmeren… En met aangetoond succes.

De resultaten? Een sportlandschap met sterkere clubs, veel meer samenwerking tussen sport en het sociale domein, meer sporters, ook bij. Díe oogst, dát rendement moeten we behouden. Anders is er simpelweg sprake van kapitaalvernietiging. Verspilling van maatschappelijk geld, van belastinggeld.

Sport behandelen als een separaat begrotingsonderdeel, los zien van de maatschappelijke impact ervan? Dat past op geen enkele wijze bij de grote ambities die dit kabinet uitdraagt.
Marc van den Tweel

Laten we ons niet verliezen in semantiek. Besparingen, minder-meer, ombuigingen… hoe verschillende de benamingen ook zijn voor de diverse vormen van budgetvermindering; wat op er ons af lijkt te komen, is serieus. Leest u even mee:

Er is geen geld meer voor de lokale sportakkoorden. De BOSA-regeling – onmisbaar voor verenigingen– is al deels en wordt verder uitgekleed: van 80 naar 23 miljoen euro per jaar.

Een korting van 10 procent op de voor sport bedoelde SPUK-gelden voor gemeenten. Ruim één derde daling van het toch al zeer bescheiden budget voor sociale veiligheid en integriteit in de sport. Halvering van het breedtesportbudget voor de sportbonden. 

Daar komt nog bij: de verhoging van de Kansspelbelasting: goed voor de staatskas maar jaarlijks enkele miljoenen minder voor de sport. Voor een aantal belangrijke organisaties in de sport, onder andere de kennis- en onderzoeksorganisaties, is er bovendien grote financiële onzekerheid.

Dit kan toch nooit de bedoeling zijn geweest? Sport behandelen als een separaat begrotingsonderdeel, los zien van de maatschappelijke impact ervan? Dat past op geen enkele wijze bij de grote ambities die dit kabinet uitdraagt.

Graag wijs ik op Noorwegen; een voorbeeld als het gaat om participatie, integratie en toegankelijkheid. En prestaties! Een land dat wat betreft de inrichting van sport in veel opzichten vergelijkbaar is met het onze: een grote rol voor vrijwilligers en verenigingen en een nationale loterij als belangrijke financieringsbron.  

Maar er is één belangrijk verschil: de Noorse overheid stuurt in het sportbeleid op WAARDEN - en subsidieert vanuit gestelde doelen op welzijn, gezondheid, sociale cohesie en burgerschapsvorming.

De sportsector roept vandaag met brief aan de Tweede Kamer op om óók in ons land over grenzen van departementen heen te kijken én te rekenen. 

Immers, sport is NIET die fles wonderolie voor de samenleving en de oplossing voor alle problemen. Maar wel concrete, meetbare winst voor individuele mensen, voor lokale gemeenschappen, voor scholen, voor werkgevers, voor de jeugdhulpverlening.

En daarbij  – laten we dat niet vergeten – is er voor iedereen ook simpel de winst van het plezier in sport.

Marc van den Tweel
Algemeen directeur en bestuurder NOC*NSF

Deel dit artikel op social media: