NOC*NSF Politiek

Politiek en sportsector in debat: ‘Sport gaat niet vanzelf’

NOC*NSF 17 maart 2026
Politiek en sportsector in debat: ‘Sport gaat niet vanzelf’

Sport is belangrijk voor een gezond en sterk Nederland. Maar sport gaat niet vanzelf. In een volle zaal van Nieuwspoort in Den Haag gingen Tweede Kamerleden, wethouders en vertegenwoordigers uit de sportsector daarom met elkaar in debat over de toekomst van sport en bewegen.

Tijdens het Landelijk Sportdebat GR2026 stonden vier thema’s centraal: ruimte voor sport, een mogelijke sport- en beweegwet, samenwerking tussen domeinen en gelijke sportkansen. Het debat maakt deel uit van de campagne Sport gaat niet vanzelf, waarin de sportsector de politiek oproept sport hoger op de agenda te zetten. 

Debat Foto 1

Zes landelijke en lokale politici, Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA), Inge van Dijk (CDA), Angèle Welting (D66), Sharona van Ham (VVD), Fotigui Camara (CDA) en Rens Pijnenburg (VOTE Valkenswaard), gingen met elkaar in gesprek over de rol van sport in de samenleving.  

Dagvoorzitter Roos Moggré zette meteen de toon: “Iedereen is vóór sport, maar de vraag is: hoe gaan we dat doen?” Tijdens het debat klinkt steeds opnieuw dezelfde boodschap: sport gaat over meer dan bewegen alleen. Sport raakt ook aan gezondheid, onderwijs, welzijn en leefbare wijken. Juist daarom kan sport bijdragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. 

Iedereen is vóór sport, maar de vraag is: hoe gaan we dat doen?

Ruimte voor sport 

De eerste debatronde ging over de vraag of gemeenten duidelijke normen moeten vastleggen voor sportruimte bij gebiedsontwikkeling. Door woningbouw en groeiende steden staat de ruimte voor sport op veel plekken onder druk. Tegelijkertijd kampen sportclubs in veel gemeenten met wachtlijsten. Tweede Kamerlid Inge van Dijk (CDA) pleitte daarom voor duidelijke afspraken. “Juist voor de gemeenten waar het minder goed gaat, moeten we normen stellen. Als je het echt belangrijk vindt, regel je het gewoon.” 

Debat Foto 4

Wethouder Angèle Welting (Zeist) plaatste daarbij een kanttekening. Volgens haar kunnen te strikte normen in de praktijk ook knellen. Gemeenten moeten daarom ook ruimte houden voor creatieve oplossingen, bijvoorbeeld door sportvelden en schoolpleinen te combineren of sportparken slimmer te benutten. Wethouder Sharona van Ham (Halderberge) benadrukt tot slot dat sport een investering in gezondheid is. 

Sport- en beweegwet 

In de tweede debatronde stond de vraag centraal of sport wettelijk moet worden verankerd. Nederland kent momenteel geen sportwet, waardoor beleid sterk kan verschillen tussen gemeenten. Tweede Kamerlid Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA) pleitte voor zo’n wet. Volgens hem kan wettelijke verankering voorkomen dat sport bij bezuinigingen telkens opnieuw onder druk komt te staan. Hij verwees daarbij naar de bibliotheekwet, waarin gemeenten een zorgplicht hebben. 

Debat Foto 2

“Je moet zo’n wet niet meteen volhangen met kerstballen, maar rustig uitbouwen,.” zei Mohandis. 

Ook wethouder Fotigui Camara (Den Helder) steunde het idee, maar benadrukte dat een wet alleen werkt als daar ook middelen tegenover staan. “Een sportwet zonder geld gaat niet werken.” Tegelijkertijd benadrukten deelnemers dat een sportwet niet mag leiden tot extra regeldruk voor sportverenigingen. 

Sport als lokaal ecosysteem 

De derde debatronde ging over de rol van gemeenten in het verbinden van sport met andere domeinen, zoals onderwijs, zorg en welzijn. Volgens verschillende deelnemers liggen daar grote kansen, maar werken organisaties nog te vaak langs elkaar heen. Tweede Kamerlid Inge van Dijk benadrukte dat samenwerking tussen beleidsterreinen essentieel is. “We moeten schotten weghalen tussen onderwijs, zorg en sport.” 

Wethouder Camara wees op het belang van integraal beleid. In Den Helder betrekt de gemeente sport al vroeg bij beleid rond jeugd, zorg en preventie. “In Den Helder wordt sport al in een vroeg stadium betrokken bij verschillende beleidsterreinen, zoals zorg en jeugdbeleid.” Volgens hem kan sport ook bijdragen aan preventie en de mentale weerbaarheid van jongeren. 

Debat Foto 3

Gelijke sportkansen 

De laatste debatronde ging over de vraag hoe sport voor iedereen toegankelijk kan blijven. Deelnemers wezen erop dat het nog steeds uitmaakt waar je opgroeit en of er sportclubs in de buurt zijn. Tegelijkertijd beweegt een groot deel van de Nederlanders te weinig. Mohammed Mohandis pleitte ervoor sport dichter bij jongeren te brengen, bijvoorbeeld door schoolpleinen en andere plekken in de wijk beter te benutten. Ook benadrukte hij dat sport voor jongeren tot 18 jaar geen financiële drempel zou moeten hebben. Daarnaast wezen deelnemers erop dat gemeenten niet alleen regelingen moeten aanbieden, maar ook moeten zorgen dat gezinnen de weg daarnaartoe weten te vinden.  

De politiek aan de bal 

Tijdens het debat viel op dat politici en bestuurders het opvallend vaak met elkaar eens waren over het belang van sport. Sport kan bijdragen aan gezondheid, sociale verbinding en kansen voor jongeren. Tegelijkertijd blijft de opgave groot: veel Nederlanders bewegen nog te weinig en gezondheidsproblemen nemen toe. Aan het einde van het debat namen jongeren van het KNVB-panel opnieuw het woord. Met een symbolisch gebaar overhandigden zij sportballen aan de aanwezige politici. Hun boodschap: de lokale politiek is aan de bal. 

Deel dit artikel op social media: