De 4 v’s worden verplicht in Eindhoven: “De sport is van ons allemaal.”
5 maart 2026
De gemeente Eindhoven is al jaren actief bezig met het versterken van sociale veiligheid op sportclubs. Dat wordt steeds makkelijker, merken verenigingsondersteuner Eva Lindeman en communicatiespecialist Jolanda van Zuijdam, beiden werkzaam bij de gemeente. “Het onderwerp is geland, en iedereen heeft er wel van gehoord of snapt wat er moet gebeuren. Maar dat betekent niet dat de clubs dit direct als prioriteit zien.” Daarom zijn de 4 v’s vanaf augustus 2026 verplicht voor iedere sportclub en -aanbieder in de gemeente. Eva en Jolanda vertellen over de aanpak.
“Vijf jaar geleden zijn we als gemeente actief aan de slag gegaan met het thema sociale veiligheid. We proberen clubs sinds die tijd al mee te nemen in wat er moet gebeuren en hoe ze ermee aan de slag kunnen.” Dat werkt, maar niet snel genoeg, constateerde de gemeente. “We hebben na twee jaar de balans opgemaakt: blijven we zo doorgaan, met de realisatie dat het dan misschien nog wel even kan gaan duren, of slaan we een andere weg in?” Uiteindelijk wordt er gekozen om de rol als aanjager op te pakken – aansluitend op landelijke 4 v’s - en de 4 v’s voor alle clubs vanaf dit najaar verplicht te stellen.
Omgaan met regeldruk
“Helaas zijn nog niet alle clubs aan de slag met het thema,” vertelt Jolanda. Dat is ook niet gek, vult Eva aan. “De regeldruk voor bestuurders is best hoog en er komt veel op hen af. Bovendien zijn het allemaal vrijwilligers. Als er dan keuzes gemaakt moeten worden krijgt het regelen van trainers of de organisatie van competities altijd voorrang op grote, overkoepelende thema’s zoals sociale veiligheid. Het ontbreekt de clubs vaak gewoon aan tijd.”
Nu de verplichte 4 v’s in het verschiet liggen, verhoogt dat natuurlijk de prioritering bij clubs om ermee aan de slag te gaan, maar hoe ga je dan om met de bijkomende regeldruk van deze werkzaamheden? Jolanda: “We proberen daar wel oplossingen voor te bieden. We geven clubs extra ondersteuning zoals workshops, of hulp via de expertpoule van NOC*NSF. Ook proberen we op een zo praktisch mogelijke manier uit te leggen wat bestuurders moeten doen. Vaak denken ze vooraf dat het veel werk is, maar als je het duidelijk en stapsgewijs voor ze op een rijtje zet zien ze dat het eigenlijk best meevalt.” Daarnaast zit die regeldruk niet alleen op het thema sociale veiligheid. “We proberen ook tijd te creëren bij clubs door de druk op andere thema’s weg te nemen, bijvoorbeeld via professionele ondersteuning.”
Niet meer dan logisch
De combinatie van duidelijke kaders en ondersteuning lijkt zijn effect te hebben. Sinds de aankondiging van de verplichting in januari 2024 ziet Jolanda dat clubs serieus met de 4 v’s aan de slag zijn. “Wanneer we workshops of cursussen organiseren, zitten deze altijd wel vol. Het onderwerp leeft enorm.” Ook Eva ziet een positieve reactie vanuit het veld: “Toen we de plannen aankondigden, was de tendens ‘niet meer dan logisch’. Inmiddels weten clubs dat het normaal wordt, dat het erbij hoort en dat het een verantwoordelijkheid is die ze moeten pakken.”
Clubs die na augustus nog niet aan de 4 v’s voldoen, kunnen daarop worden aangesproken. Al gaat de gemeente er in eerste instantie vanuit dat de meeste clubs tegen die tijd zover zijn. “Na de deadline gaan we steekproefsgewijs ook clubs controleren die aangeven dat ze voldoen aan de 4 v’s.” Die controles zijn vooral bedoeld om bestuurders verder te helpen. “Misschien hebben ze ergens nog ondersteuning nodig of lopen ze vast in het proces. Uiteindelijk snijdt een club zichzelf in de vingers als sociale veiligheid niet goed is geborgd.”
Urgentie vanuit meerdere kanten
Volgens Eva vraagt het werken aan sociale veiligheid om een lange adem. “Je kunt zo’n thema niet even oppakken en afvinken; clubcultuur en beleid verander je niet in één dag.” Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij clubs, maar bij de sport als geheel. Vooral kleinere gemeenten kunnen nog stappen zetten door gebruik te maken van de kennis en ervaring die bij grotere gemeenten al aanwezig is. “Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden; ga het gesprek aan.”
Tegelijkertijd ziet ze dat de meeste sportbonden een andere aanpak hebben. Ook daar mag het volgens haar wat minder vrijblijvend. Als zowel gemeenten en bonden op hetzelfde niveau communiceren kan er sneller meer resultaat geboekt worden. “Voor clubs maakt het uiteindelijk weinig verschil via welke route die laatste stap wordt gezet, zolang de urgentie maar vanuit meerdere kanten wordt gevoeld. Uiteindelijk is de sport van ons allemaal.”