Shorttrack kent negen olympische medailleonderdelen. Drie medailles worden verdeeld op de relay. Juist op dat onderdeel zag de Nederlandse shorttrackploeg richting Milaan kansen om het verschil te maken. Tegelijkertijd was er op relaygebied nog relatief weinig objectieve data beschikbaar. Vanuit die gedachte ontstond het project Golden Relay: een samenwerking gericht op het beter begrijpen en optimaliseren van relaywissels in het shorttrack.
Samen met Bernadet van Os (TeamNL Sport Science Centre), Froukje Sliedrecht (KNSB) en Inge Stoter (Innovatielab Thialf) kijken we terug op het ontstaan van het project, de innovaties achter de schermen en de stappen richting de toekomst.
Als we écht verschil wilden maken, moesten we kijken naar een onderdeel waar nog veel te ontdekken viel. Bij shorttrack zagen we dat de relay daarin een belangrijke kans bood.
Bernadet van Os, Hoofdexpert Sport Science
Van innovatieagenda naar relayproject
De oorsprong van Golden Relay ligt in de innovatieagenda van de KNSB. Na eerdere Olympische cycli werd innovatie nadrukkelijker onderdeel van de topsportstrategie, met als doel internationaal competitief te blijven. Samen met Innovatielab Thialf werd gekeken op welke onderdelen Nederland zich verder kon ontwikkelen. Daarbij kwam de focus al snel op de relay te liggen.
“Individueel werd er binnen shorttrack al veel gemeten en geanalyseerd,” zegt Inge Stoter, directeur van Innovatielab Thialf. “Maar de relay was veel minder objectief inzichtelijk gemaakt in vergelijking tot individuele onderdelen, terwijl daar wel drie van de negen olympische medailles te verdienen zijn.” Volgens Stoter speelde daarnaast ook het teamaspect een belangrijke rol. “Shorttrack is in veel opzichten een teamsport. Relay is een onderdeel waarin je als ploeg samen presteert en waarin details een groot verschil kunnen maken.”
In de eerste fase draaide het project vooral om het bepalen van focus en het samenbrengen van de juiste partijen. In plaats van direct een volledig uitgewerkt innovatieproject op papier te zetten, werd ervoor gekozen om eerst ruimte te creëren om te experimenteren en verschillende oplossingen te onderzoeken.
De wissel inzichtelijk maken
De centrale vraag binnen Golden Relay werd: wat maakt een relaywissel efficiënt? Om daar beter inzicht in te krijgen, werd vanuit het TeamNL Sport Science Centre samen met de KNSB onderzocht welke factoren bepalend zijn voor een efficiënte relaywissel. Met expertise vanuit het TeamNL Sport Science Centre werden er vanuit de biomechanica, technologie en data science verschillende onderzoeksprojecten opgezet om relaywissels objectief inzichtelijk te maken en te vertalen naar toepasbare inzichten voor coaches en sporters.
In Thialf werd een positioneringssysteem geïnstalleerd waarmee de bewegingen van sporters op de baan continu konden worden gevolgd. Op basis van die data konden snelheid, positie en onderlinge verhoudingen tijdens wissels worden geanalyseerd.
Binnen het project werd gekeken naar verschillende variabelen die invloed hebben op de kwaliteit van een wissel. Daarbij ging het onder meer over snelheidsverschillen tussen rijders, de positie van de wissel op de baan en het behouden van snelheid tijdens de overdracht.
“Het positioneringssysteem op zichzelf is niet nieuw,” legt Van Os uit. “Maar de toepassing binnen shorttrackrelay en de vertaling naar tactische en technische inzichten was dat wel.”
Fotografie: Archief TeamNL Sport Science Centre (1,2) en (3) Lotte Bolhuis
Realtime feedback tijdens trainingen
Een belangrijk onderdeel van het project was de ontwikkeling van realtime feedback tijdens relaytrainingen. Via schermen langs de baan konden sporters direct zien hoe bepaalde onderdelen van hun wissel werden beoordeeld. Realtime feedback op relaywissels was tot dan toe nog nauwelijks ontwikkeld.
Normaal gesproken analyseer je veel pas achteraf. Nu konden sporters tijdens de training direct terugzien wat er gebeurde.
Inge Stoter, Directeur Innovatielab Thialf
De ontwikkeling van deze realtime feedback via schermen gebeurde in samenwerking met onder meer de Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Gent, dataspecialisten, studenten en technologiepartners. Met behulp van het TeamNL Sport Science Centre werden data, videoanalyse en realtime feedbacksystemen samengebracht in schermen en dashboards die coaches en sporters direct toepasbare inzichten boden tijdens trainingen.
“We wilden voorkomen dat het alleen een onderzoeksproject zou blijven,” zegt Van Os. “Het moest uiteindelijk bruikbaar zijn voor coaches en sporters op het ijs.”
Meer aandacht voor relay
Hoewel het project sterk datagedreven was, benadrukken alle betrokkenen dat de grootste opbrengst niet alleen in cijfers zat. Volgens Froukje Sliedrecht, embedded scientist bij de KNSB, zorgde het project ervoor dat relay nadrukkelijker onderdeel werd van gezamenlijke evaluaties en trainingen.
Er werd bewuster gekeken naar wissels en meer tijd besteed aan het terugkijken en bespreken ervan.
Froukje Sliedrecht, embedded scientist bij de KNSB
Ook Van Os ziet die bewustwording als een belangrijke opbrengst van het traject. “Het project bracht gesprekken op gang over waar coaches en sporters precies naar kijken tijdens een wissel en waarom iets goed voelt of juist niet.” Die combinatie van praktijkervaring, coaching en objectieve data vormde volgens de betrokkenen een belangrijke stap in de verdere professionalisering van relaytrainingen.
Fotografie: Lotte Bolhuis
Richting de toekomst
Hoewel Golden Relay werd ontwikkeld richting de Olympische Winterspelen van Milaan, zien de betrokken partijen het project nadrukkelijk als een traject voor de langere termijn. Tegelijkertijd benadrukken zij dat verdere ontwikkeling nodig blijft. Zo wordt momenteel gewerkt aan verdere automatisering van het systeem, zodat minder handmatige ondersteuning nodig is tijdens trainingen en analyses. Daarnaast liggen er nog kansen in het verder analyseren van de verzamelde data en het verfijnen van de modellen achter de relayfeedback.
“We hebben in relatief korte tijd veel ontwikkeld,” zegt Stoter. “Maar we zien ook dat er nog veel meer uit de data te halen is.” Van Os verwacht dat de opgedane kennis de komende jaren verder geïntegreerd kan worden binnen de sport. “We zien potentie om dit structureler onderdeel te maken van relaytrainingen en tegelijkertijd verder door te ontwikkelen.”
Golden Relay laat daarmee zien hoe sportpraktijk, wetenschap en technologie elkaar binnen topsport steeds sterker aanvullen, met als gezamenlijk doel om prestaties op het ijs verder te verbeteren.
Tijdens de trainingen gingen bondscoach Niels Kerstholt en de in 2024 gestopte Yara van Kerkhof aan de slag met de ‘nieuwe’ beelden en data. Van Kerkhof, zelf olympisch kampioen relay in 2022 en ook meervoudig wereldkampioen op de aflossing, kwam speciaal voor Golden Relay één dag per week naar Thialf. “Na elke relay-training analyseerden we de data en daarna bespraken we die ook met de sporters. Dat ze direct van het ijs konden zien wat ze goed of fout deden, maakte dat de sporters vanaf de start gelijk heel erg positief waren over dit project. Hun feedback kon gelijk in de volgende oefening of trainingsronde worden verwerkt. Zeer effectief! Zo werd het verfijnen van de relay gaandeweg steeds meer een gezamenlijke missie. Persoonlijk heb ik ook echt genoten van de interactie met de sporters”, zegt Van Kerkhof, die uiteraard ook haar eigen kennis en ervaring inbracht. “Wat mij betreft gaan we ermee door. Er valt nog een wereld te winnen.”
Dat laatste wordt bevestigd door Niels Kerstholt. Hij voldeed in Milaan met ‘zijn’ TeamNL Shorttrack met zeven medailles, waarvan liefst vijf keer goud, ruimschoots aan de van de KNSB meegekregen doelstelling. Hem werd bovendien alom lof toegezwaaid voor het teamgevoel dat de shorttrackers op én rond de baan uitstraalden. Toch werd er ‘slechts’ op één relay een medaille gewonnen: goud bij de mannen. “Dat was wel een hele mooie. De ultieme bekroning van een jarenlang traject waar we met de mannen op de Spelen telkens naast het podium belandden”, aldus Kerstholt. “Ook op de mixed relay en vrouwen relay waren we favoriet voor goud. Dat maakte het feit dat we geen medaille wonnen extra pijnlijk. Maar des te meer reden om Golden Relay verder door te ontwikkelen en te perfectioneren, zodat we in 2030 wel met alle relays op het podium staan. We moeten blijven leren van onze fouten en de verbeterpunten analyseren. Je kunt nooit alles uitsluiten en je hebt ook nog te maken met tegenstanders. Maar je kunt wel álles goed proberen te doen wat je zelf in de hand hebt. Daar kan een verdere verdieping van Golden Relay ons bij helpen!”
Golden Relay is een samenwerking tussen KNSB, TeamNL Sport Science Centre, Innovatielab Thialf en Topsport Noord. Voor onderzoek, data-analyse en de ontwikkeling van realtime feedback werd samengewerkt met onder meer de Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Gent en technologiepartner Kinexon. Een deel van het project kreeg aanvullende ondersteuning vanuit de Sportinnovator Prestatiecall wintersporten.