De paardensport in de Tweede Wereldoorlog was dit jaar het thema voor de jaarlijkse Sportherdenking bij het Olympisch Stadion in Amsterdam. En daarmee richtte de aandacht zich ook op één man speciaal: Charles Pahud de Mortanges. Meervoudig olympisch kampioen (met 4 keer goud en 1 keer zilver de meest succesvolle Nederlandse olympiër in de vorige eeuw), maar ook Engelandvaarder en – na de oorlog – voorzitter van het Nederlandse Olympisch Comité en lid van het IOC. Ook richtte hij in 1940 een herstellingsoord op voor zwaargewonde soldaten en burgers, waar hij sport inzette bij revalidatie; in die tijd een nieuw fenomeen. Aan dat werk kwam een einde toen hij in 1942 werd weggevoerd door de Duitsers. Hij wist te ontsnappen, en kwam na een barre tocht via verschillende landen aan in Engeland, waar hij zich aansloot bij de Prinses Irene Brigade.
Bij de Sportherdenking op 4 mei was zijn neef (en naamgenoot) Charles Pahud de Mortanges aanwezig (zie ook de foto, naast voorzitter Anneke van Zanen-Nieberg van de Raad van Toezicht van NOC*NSF). Beiden legden een krans bij het monument van Prometheus, naast het Olympisch Stadion; een beeld dat er kwam op initiatief van Pahud de Mortanges in zijn rol als eerste na-oorlogse voorzitter van het NOC.
Bij de herdenking hield Anneke van Zanen-Nieberg traditiegetrouw de jaarlijkse NOC*NSF-toespraak; hieronder leest u de tekst daarvan.
4 mei toespraak Anneke van Zanen-Nieberg
In een ideale wereld is sport is politiek kleurloos.
En van die ideale wereld raken we op dit moment steeds verder verwijderd. We hebben te maken met onrust en crisis-scenario’s die lang in de la konden blijven liggen.
De vele gewapende conflicten die het nieuws beheersen, raken de sport hard. Logistiek, economisch, maar natuurlijk het hardst in de frontlinies, waar atleten omkomen bij bombardementen of zwaargewond raken in de strijd voor hun land. Aan hen en hun geliefden denken we. Zeker vandaag, op deze plek.
De geopolitieke gebeurtenissen leiden in toenemende mate tot dilemma’s – voor de hele sportsector en op persoonlijk vlak.
Want wat moet de sport met landen waar de mensenrechten met voeten getreden worden? Met landen die sport misbruiken om hun imago op te poetsen? Met regeringsleiders die zich inhoudelijk bemoeien met sportevenementen in hun land…… die vooraf al – politiek gekleurde - voorwaarden stellen aan deelnemers?
Wat kunnen we doen vanuit de sport? We kunnen een daad stellen door op bestuurlijk niveau nadrukkelijk áfwezig te zijn bij een openings- of slotceremonie. Dat deed Nederland bij de Paralympische Winterspelen in Milaan nadat het Internationaal Paralympisch Comité had besloten om de vlag en het volkslied van Rusland en Belarus weer toe te laten.
Daarmee maakten we – samen met een aantal andere Nationale Olympische Comités – een principieel gebaar.
Tegelijkertijd zitten er ook 3 Russische bestuursleden aan tafel bij het IOC…. Nog steeds…
Toen ik eerder dit jaar namens Nederland een mooie Klimaatprijs voor duurzaam beleid mocht gaan ophalen bij datzelfde IOC, stond ik opeens persoonlijk ook voor zo’n keuze.
Ik heb de prijs in ontvangst genomen…we maken immers deel uit van de Olympische familie…we hebben ons positief ingezet voor een schoner klimaat, dus die prijs is een mooie beloning…maar het wringt…. en dat voel ik ook!
De sport zou in een ideale wereld politiek kleurloos moeten zijn. De realiteit laat zien dat steeds meer internationale federaties langzaam maar zeker wél politieke stellingen betrekken.
Wat we ook in toenemende mate zien, is het verwerven van grote internationale sportevenementen op basis van politieke belangen en financiële dominantie. Ook dat levert dilemma’s voor deelnemers en begeleiders.
Wat kunnen WIJ doen in een tijdperk waarin sport politiseert?
Wat we kúnnen en móeten doen, is kiezen voor de sporter…. Voor de vrije keus om mee te doen (of niet) én om uiting te geven aan principes en politieke overtuiging, zonder dat dat sportieve consequenties heeft.
Sporters maximaal de kans geven – ongeacht de politieke situatie in hun land.
Met open armen alle atleten ontvangen.
Want de waarde van ontmoeting wordt in een tijd als deze steeds groter. Voor het individu, voor de toeschouwers, voor de samenleving.
Op het sportveld is iedereen gelijk, en dat is ook echt zo. Het is inmiddels één van de zeldzame plekken waar het vreedzaam ontmoeten van de ander uit een vijandig land nog mogelijk is.
Laat de sport – mét alles wat je daar ook op aan kunt merken – alsjeblieft zo lang mogelijk de plaats blijven waar dat kan. Waardig en met wederzijds respect.