Sportdeelname Onderzoek

Samen kijken, samen kiezen: zo zet Zeeland de regionale SDI in

13 oktober 2026
Samen kijken, samen kiezen: zo zet Zeeland de regionale SDI in

Foto: bron Brouwersdam

Sporters houden zich niet altijd aan gemeentegrenzen. Sportbeleid doet dat vaak wel. In Zeeland laat de regionale Sportdeelname Index (SDI) zien wat er gebeurt als gemeenten samen kijken en handelen naar sportdata. SportZeeland is daarbij regisseur en verbinder: de organisatie brengt alle Zeeuwse gemeenten bij elkaar, organiseert tweejaarlijks een meting en zorgt vooral dat de inzichten daarna op tafel komen én blijven komen. Zo wordt data geen rapport in een la, maar een basis om beleid en sportaanbod gezamenlijk verder door te ontwikkelen. Jaar in, jaar uit. 

Inmiddels is de werkwijze vertrouwd. Iedere twee jaar wordt in november gemeten hoe inwoners van Zeeland sporten en bewegen. Gemeenten betalen gezamenlijk mee en krijgen zowel inzicht in hun eigen gemeente als in de provincie als geheel. 

Met data kunnen we het gesprek veel makkelijker met elkaar voeren
Gerben Schram - SportZeeland

Dat gezamenlijke perspectief is volgens Gerben Schram van SportZeeland essentieel. “Met data kunnen we het gesprek veel makkelijker met elkaar voeren.”

Sommige sportvragen zijn simpelweg te groot voor één gemeente 
Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar bij de 40.000 Zeeuwen die volgens Schram niet sporten vanwege gezondheidsklachten. Provinciaal gaat het om een grote groep, maar verdeeld over gemeenten en verschillende gezondheidsklachten zijn de aantallen al snel te klein om overal passend sportaanbod te organiseren. Dat roept de vraag op of gemeenten meer over hun gemeentegrenzen heen kunnen kijken. Is het bijvoorbeeld denkbaar dat gemeenten gezamenlijk bijdragen aan sportaanbod of voorzieningen buiten de eigen gemeente, wanneer hun inwoners daar gebruik van maken? “Door de inzichten van het SDI-onderzoek kan je dit voorzichtig bespreekbaar maken. Op die manier kunnen gemeenten samen werken aan passend aanbod dat lokaal niet altijd haalbaar is.” 

1920X1080 (1)

Lees hier over 6 manieren waarop een regionale SDI jouw gemeentelijk beleid kan versterken. 

Dat past bij hoe inwoners daadwerkelijk sporten. In sommige Zeeuwse gemeenten geeft volgens Schram tot 35 procent van de inwoners aan in een andere gemeente te sporten. De vraag is dan niet langer: hoe organiseren we dit binnen onze eigen gemeente? Maar: wat hebben onze inwoners nodig en hoe kunnen we dat regionaal organiseren? “Kortom: lokaal organiseren waar het kan, regionaal samenwerken waar dat meerwaarde heeft.”

Die regionale blik helpt ook bij keuzes over de toekomst van clubs en accommodaties. Discussies gaan al snel over wat er altijd is geweest: “Dit dorp heeft altijd een voetbalclub gehad, dus die moet blijven.” Maar als je weet hoe de bevolking zich ontwikkelt, waar inwoners sporten en hoe hun behoeften veranderen, ontstaat een ander gesprek. Dan gaat het niet alleen over het behouden van een vereniging, veld of gebouw, maar over de vraag welk sportaanbod inwoners in de toekomst nodig hebben.

Dat verandert ook het gesprek over bijvoorbeeld een fusie. Niet clubkleuren en logo’s staan dan centraal, maar de vraag: hoe zorgen we ervoor dat erover tien of twintig jaar nog kwalitatief en passend sportaanbod is?

Data laten clubs anders naar hun aanbod kijken
De inzichten worden ook gebruikt in gesprekken met sportclubs en bonden. Daarbij gaat het niet alleen om hoeveel mensen sporten, maar juist ook om waarom ze sporten. Volgens Schram blijkt uit de Zeeuwse data bijvoorbeeld dat competitie voor maar een klein deel van de sporters de belangrijkste motivatie is. Kinderen zoeken onder meer plezier, beweging en het leren van vaardigheden; voor volwassenen speelt gezondheid een belangrijke rol. 

Data vertellen niet direct wat je moet doen, ze helpen vooral om betere vragen te stellen
Gerben Schram - SportZeeland

“Minstens zo interessant is het om te weten welke belemmeringen mensen ervaren om niet te sporten of bewegen. Juist die inzichten bieden aanknopingspunten om het sportaanbod beter aan te laten sluiten bij hun behoeften en meer mensen in beweging te krijgen.”

Bij zwemmen ziet Schram wat er kan gebeuren als een club vanuit de behoefte van sporters denkt. Een zwemvereniging ontwikkelde aanbod voor 30-plussers, gericht op conditie, gezondheid en het opnieuw leren van zwemtechnieken. Volgens Schram groeide de vereniging daarmee van ongeveer 240 naar 300 leden.

"Data vertellen dus niet direct wat je moet doen. Ze helpen vooral om betere vragen te stellen: sluit ons aanbod nog aan bij wat mensen motiveert om te gaan én te blijven sporten?”

De kracht zit ook in wat je ná het onderzoek organiseert 
De regionale SDI heeft in Zeeland een gezamenlijk vertrekpunt gecreëerd. Vanuit dezelfde informatie kun je sneller naar de vraag: wat betekent dit en wat gaan we ermee doen?

SportZeeland zorgt ervoor dat dit gesprek na oplevering van het onderzoek doorgaat. “Dat is extra relevant omdat veel Zeeuwse gemeenten beperkte capaciteit voor sportbeleid hebben. SportZeeland brengt de inzichten steeds opnieuw in bij beleidsmedewerkers, buurtsportcoaches, bestuurders, sportclubs en bonden. Organiseer niet alleen het onderzoek, maar vooral ook wat er daarna gebeurt.” 

De les uit Zeeland: begin bij samenwerking

Wie een regionale SDI wil opzetten, moet volgens Schram daarom niet beginnen bij de vragenlijst, maar bij de partijen die je nodig hebt. Breng gemeenten en andere betrokken organisaties bij elkaar en stel samen drie vragen: wat willen we weten, waarom willen we dat weten en wat gaan we ermee doen?

Zo ontstaat niet het onderzoek van één gemeente of organisatie, maar een gezamenlijk vertrekpunt voor de regio. 

Interesse in een regionale SDI? NOC*NSF komt graag langs om door middel van een presentatie de mogelijkheden en voordelen toe te lichten. Neem contact op met Vera Limpens of kijk hier voor meer informatie. 

Deel dit artikel op social media: