Olympisme

De meeste Nederlandse sporters zijn het zich waarschijnlijk niet bewust, maar als zij lid zijn van een sportvereniging maken zij ook deel uit van de internationale Olympische Beweging. Deze beweging vindt haar grondslag in het moderne olympisme. De Franse baron Pierre De Coubertin (1863-1937) wordt beschouwd als de bedenker daarvan.

Olympisme is een levensfilosofie, die de kwaliteiten van lichaam, wilskracht en geest verheft en met elkaar combineert. Door sport te vermengen met cultuur en educatie, stimuleert olympisme een manier van leven die gebaseerd is op plezier in inspanning, de educatieve waarde van 'goed voorbeeld doet goed volgen' en respect voor universele ethische principes. Olympisme stelt sport in dienst van een evenwichtige ontwikkeling van mensen. Op die manier hoopt het bij te dragen aan een vreedzame wereld, waarin menselijke waardigheid voorop staat.

Pierre de Coubertin
Pierre de Frédy, Baron de Coubertin werd op 1 januari 1863 geboren in Parijs. Hij was een historicus en pedagoog die meer bekendheid geniet als de oprichter van de moderne Olympische Spelen. Hij was verder, na de Griek Demetrius Vikelas, de tweede voorzitter van het IOC en heeft ervoor gezorgd dat ook kunst deel ging uitmaken van de Olympische Spelen. Pierre de Coubertin stierf op 2 september 1937 in Genève.

Symbolen en tradities
Hét olympisch symbool wordt gevormd door de vijf verstrengelde ringen. Zij geven de verbondenheid van de vijf werelddelen aan en de ontmoeting van sporters vanuit de hele wereld tijdens Olympische Spelen. De bovenste drie ringen zijn blauw, zwart en rood; de onderste twee geel en groen. De kleuren corresponderen niet met een specifiek werelddeel (zwart voor Afrika, geel voor Azië enz.), zoals veel mensen denken. Zij zijn gekozen met de gedachte dat in elk geval een van deze kleuren is terug te vinden in de vlaggen van alle landen.

De vlag
De olympische vlag, met de vijf verstrengelde olympische ringen op een witte ondergrond, werd in 1913 ontworpen door de stichter van de moderne Olympische Spelen, Pierre de Coubertin (1863-1937). Bij de Spelen werd de vlag voor het eerst gebruikt in 1920 in Antwerpen.

Het vuur
Het olympisch vuur symboliseert de eeuwige strijd van de mens om tot eenheid en verbondenheid te komen. Het werd voor het eerst ontstoken bij de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam en brandde in de grote schaal op de marathon-toren van het Olympisch Stadion. Sinds 1936 wordt het olympisch vuur met behulp van zonnestralen ontstoken in Olympia en vandaar in een estafetteloop naar de plaats van de Olympische Spelen gebracht. Het idee ervoor was afkomstig van de Duitse sportbestuurder Carl Diem.

De estafetteloop kunnen we beschouwen als een symbolische variant van het werk van boodschappers in de Griekse oudheid. Zij togen enkele maanden voor de Spelen naar alle hoeken van het Griekse rijk om de zogenaamde godsvrede af te kondigen. Eventuele oorlogen moesten worden gestaakt, opdat atleten zonder belemmeringen naar Olympia konden reizen.

Het motto
Het olympische motto is 'Citius, Altius, Fortius' (sneller, hoger, sterker). Het is de boodschap van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) aan iedereen die deel uitmaakt van de Olympische Beweging om in de ware olympische geest te streven naar steeds betere prestaties. Het motto is afkomstig van de Franse geestelijke Henri Didon (1840-1900) die een grote invloed had op Pierre de Coubertin. Het IOC introduceerde het motto bij de Spelen van 1920 in Antwerpen.

De filosofie
De olympische filosofie is gevat in het volgende citaat dat bij elke openingsceremonie van Olympische (Winter) Spelen wordt weergegeven:

'Het belangrijkste bij de Olympische Spelen is niet het winnen maar het deelnemen, zoals het in het leven niet begonnen is om te veroveren, maar om het leveren van goede strijd'.

Deze woorden werden - althans gedeeltelijk - voor het eerst gebezigd door bisschop Ethelbert Talbot van Pennsylvania tijdens een olympische eredienst in de Londense kathedraal van St. Paul op 19 juli 1908. Omdat zij in compacte vorm het gedachtegoed van De Coubertin weerspiegelen, worden zij meestal aan hem toegeschreven.

Uit de zin 'Het belangrijkste bij de Olympische Spelen is niet het winnen maar het deelnemen' mag niet worden afgeleid dat eigenlijk iedereen aan de Spelen zou moeten kunnen deelnemen. De Coubertin heeft ermee willen zeggen dat het bereiken van het olympisch niveau voor een sportman/vrouw al een prestatie op zichzelf is. Pas dan kan hij of zij bij de Spelen goede strijd leveren.