A. Maatwerk en segmentatie

De 73 bij NOC*NSF aangesloten sportbonden zijn zeer divers van aard. De ene bond is de andere niet. De verschillen tussen aangesloten bonden zijn zo groot dat deze groepen andere behoeften, wensen en mogelijkheden hebben. In 2008 is door de georganiseerde sport een segmentatie voor bonden ingevoerd. Deze zogenaamde sterrensystematiek moet ertoe leiden dat in de beleidsperiode 2009 t/m 2012 de bij NOC*NSF aangesloten sportbonden ondersteuning op maat krijgen. Ook worden de beschikbare middelen, waaronder de Lottogelden van ongeveer veertig miljoen per jaar, gerichter ingezet. Tenslotte draagt de segmentatiesystematiek bij aan het versterken van de branche.

Sterrensystematiek
Om de doelstellingen van de sportagenda te realiseren worden de sportbonden in drie groepen ingedeeld. Bonden met één, twee en drie sterren.

- De bonden met drie sterren worden gezien als de kracht van de sport. Zij hebben een voortrekkersrol binnen het collectief. Bij deze bonden zijn bestuurlijk en organisatorisch de zaken goed voor elkaar waardoor het onderlinge vertrouwen tussen NOC*NSF en de bond zo groot is dat er met meerjaren subsidieaanvragen en -verantwoordingen gewerkt kan worden.

- Bonden met twee sterren zijn de motor van de sport. Zij hebben voldoende omvang en ontwikkelingsniveau waardoor zij in staat zijn om functiedifferentiatie en -specialisatie toe te passen. Hierdoor kunnen zij substantieel bijdragen aan de ambities van de Sportagenda.

- Bonden met één ster vormen met elkaar de diversiteit van de sport, maar zijn niet krachtig genoeg om aan de doelstellingen van de sportagenda bij te dragen. Zij richten zich de komende periode voornamelijk op het versterken van de organisatie. Er wordt in een ander model samengewerkt met een aangepaste financieringsmethodiek.

Deze indeling geeft richting aan de dienstverlening en wijze van financiering. Bonden worden zo ondersteund op een wijze die past bij hun fase van ontwikkeling. Het is mogelijk dat een bond voor topsport drie sterren heeft, maar dat niet heeft voor breedtesport, en andersom.

Randvoorwaarden twee sterren bonden
De basis van de ontwikkeling van een tak van sport begint bij de mensen die passie hebben voor die tak van sport en bereid zijn om zich daar vrijwillig maximaal voor in te zetten. Gelukkig hebben we in Nederland 1,2 miljoen mensen die zich landelijk en lokaal vrijwillig inzetten voor sport waar hun hart naar uitgaat. Veel bonden zijn voor de ontwikkeling van hun tak van sport afhankelijk van een groot aantal vrijwilligers.

De huidige omgeving van sportbonden is zo veeleisend en ingewikkeld dat professionele ondersteuning van vrijwilligers essentieel is. Denk hierbij aan ontwikkelingen op gebied van wetgeving, media en sponsoren. Voor sportbonden is het een enorme uitdaging een eigen koers te varen en de tak van sport verder te ontwikkelen. Dit vraagt om een flexibel en wendbaar professioneel apparaat dat deskundig is en continuïteit en kwaliteit kan bieden.

In de huidige praktijk blijkt dat een bondsbureau van minimaal tien fte nodig is om de gewenste deskundigheid en kwaliteit te waarborgen. Sportbonden die (veel) minder dan tien fte in dienst hebben, zijn onvoldoende in staat om pro-actief hun sport te ontwikkelen. In lijn hiermee zijn voor twee sterren bonden randvoorwaarden vastgesteld die gerelateerd zijn aan de deskundigheid en omvang van een bond. Een jaarrekening van 1,5 miljoen is een goede en vooral meetbare voorspeller voor voldoende omvang van het bondsbureau. Voldoende omvang volstaat echter niet. Ook een goed P&O beleid is belangrijk. Pas met medewerkers van goede kwaliteit kunnen deskundigheid en kwaliteit worden bereikt. Daarnaast zijn zowel voor breedtesport als topsport een aantal specifieke randvoorwaarden toegevoegd, zoals het hebben van minimaal 40.000 leden of het hebben van een technisch directeur.

Criteria drie sterren bonden
De 3*** bonden zijn de voortrekkers en voorlopers van het collectief. In de breedte maken zij hun individuele ambities waar en dragen boven gemiddeld bij aan de collectieve ambities van de sportagenda. Zij hebben een sterke, professionele organisatie die zodanig ontwikkeld is dat binnen de eigen en collectieve ambities op hoog niveau gepresteerd kan worden.

3*** bonden nemen veelvuldig deel in regieteams en worden door het collectief in een vroeg stadium betrokken bij strategische trajecten. Zij hebben een pro-actieve houding en intensieve betrokkenheid bij de ontwikkeling van de sportbranche. Hierbij hanteren zij als belangrijk uitgangspunt dat samenwerking en clustering de basis is van het vergroten van de organisatiekracht van de bonden. Gezamenlijk met NOC*NSF wordt opgetrokken op strategische thema's en richting de strategische externe partners.

Doorgroei door clustering
Sportbonden die bijna aan de criteria van een twee sterren bond voldoen kunnen met ondersteuning van NOC*NSF en Lotto-middelen groeien en hun organisatie versterken om de grenzen van twee sterren overschrijden. Voor een flink aantal bonden is het zeer onwaarschijnlijk dat zij zelfstandig kunnen voldoen aan criteria zoals een jaarrekening met een omvang van 1,5 miljoen euro en/of een ledental van 40.000. Voor hen geldt dat zij aan de randvoorwaarden kunnen gaan voldoen door integraal samen te werken met andere bonden. Als sportbonden gezamenlijk een bondsbureau gaan voeren en op die manier in staat zijn om een sterke kern van professionele krachten op te bouwen die aan de ontwikkeling van meerdere takken van sport werkt, kunnen ze doorgroeien. Hiervan zijn in de praktijk al goede voorbeelden in diverse stadia van ontwikkeling. Bestuurlijke autonomie kan hierbij behouden blijven.

Minimale kwaliteitseisen
De sportbonden vinden tevens dat de gehele georganiseerde sport aan een aantal minimum voorwaarden moet voldoen, ontleend aan Goed Sportbestuur. Tot 2011 krijgt iedere bond de tijd om daar naar toe te werken. De financiering uit de Lotto-middelen wordt gekoppeld aan het al dan niet voldoen aan de minimumstandaard.

<plaatje toevoegen>