vr 27 mrt 2015
Onderzoek naar duale carrière van topsporters

dual career300
Minder dan 5% van de topsporters is in staat om na de topsportcarrière te leven van de tijdens de sportcarrière opgedane inkomsten. Daarom moet er tijdens de topsportcarrière al ingespeeld worden op het leven daarna. Door het volgen van een studie of het opdoen van werkervaring. Dit wordt ook wel de duale carrière van een topsporter genoemd. In het kader van een groot Europees onderzoek ontvangen zo’n 2.900 topsporters binnenkort een enquête over de duale carrière. Met dit onderzoek wordt achterhaald welke competenties volgens topsportstudenten belangrijk zijn om een duale loopbaan goed te kunnen volbrengen.
 
Woensdag zijn er in Amsterdam een drie presentaties gegeven in het kader van de Europese studie naar een duale carrière voor topsporters. Het publiek bestond uit medewerkers van CTO’s, NTC’s, RTO’s en een aantal internationale gasten van de Hogeschool van Amsterdam - Domein Bewegen, Sport en Voeding. 

Topsporters worden in Oostenrijk ondersteund door een organisatie onder de naam KADA. Wolfgang Stockinger, hoofd Loopbaanontwikkeling bij KADA, gaf in de eerste presentatie een doorkijkje in de Oostenrijkse situatie, waar ze de ondersteuning in drie fasen verdelen:
  • 1. Preventie - in deze fase wordt gezorgd voor de juiste basis tot en met de middelbare school.
  • 2. Carrièreontwikkeling - in deze fase wordt bekeken wat de sporter zelf graag wil naast het behalen van topprestaties. Met behulp van lifestyle coaches wordt per jaar een ondersteuningsplan opgesteld.
  • 3. Integratie in het arbeidsproces.

De tweede presentatie werd gegeven door Paul Wylleman, prestatiemanager Prestatiegedrag bij NOC*NSF. Hij gaf aan dat het woord ‘duale carrière’ eigenlijk een onjuiste benaming is. Het gaat volgens hem om een carrière met verschillende stadia. Het is belangrijk om aandacht aan een duale carrière te besteden omdat ‘slechts’ 30% van de toptalenten uitgroeit tot een senior topsporter.

Daarnaast vindt de fase waarin een talent over gaat naar een presterende topsporter precies tegelijkertijd plaats met de overgang van voortgezet onderwijs naar studeren aan een universiteit of hoge school. Dit is tevens de leeftijd dat er ook in de persoonlijke ontwikkeling van een sporter veel belangrijke ontwikkelingen plaats vinden. Om dit goed te laten verlopen, is begeleiding met oog voor de verschillende aspecten (sport, opleiding, persoonlijke ontwikkeling) noodzakelijk.

Nadat een topsporter afgestudeerd is, gaat hij meestal niet meteen aan het werk omdat hij zich dan midden in zijn prestatiefase bevindt. Hierdoor vindt vaak een ‘occupational delay’ plaats. Eventuele bijscholing aan het eind van de topsportcarrière is daarom zinnig. Ook in deze fase is begeleiding noodzakelijk.

De laatste lezing werd gegeven door Dennis van Vlaanderen, algemeen coördinator Topsport Academy Amsterdam. Hij vertelde hoe in Amsterdam de speciale studiebegeleiding voor topsporters is geregeld. Veel onderwijsaanbieders geven aan topsportvriendelijk te zijn, maar in de praktijk vinden veel docenten het lastig om dit goed uit te voeren. Van Vlaanderen gaf aan dat het belangrijk is dat het bestuur van de opleiding zich duidelijk uitspreekt over het voor topsporters noodzakelijke maatwerk. Daarnaast is het belangrijk dat er naast de topsporter iemand is die meedenkt over oplossingen. De oplossingen kunnen niet alleen van de opleidingsinstituten komen. Soms is het ook prettig als trainingstijden zodanig ingeroosterd worden dat bijwonen van colleges mogelijk is.

Deel dit via: