Halter 335x194 Dag 9: “In elke buurt een open club”
Halter 970x400

Dag 9: “In elke buurt een open club”

Basketballen of volleyballen bij een worstelvereniging? Bij de Utrechtse Krachtsport Vereniging De Halter is dat heel gewoon. 55-plussers kunnen er terecht voor vutFITness en in oktober is men voor de jeugd gestart met grappling, een combinatie van worstelen, judo, Braziliaans jiu jitsu en sambo. Die veelzijdigheid ontstond zo’n tien jaar geleden, toen er bij de thuisbasis, sporthal De Oude Veiling, een nieuwbouwwijk werd gebouwd. “De nieuwe bewoners waren meer op hockey en tennis gericht”, vertelt Hans Galesloot van De Halter. “Dus niet de traditionele worstelfamilies. Wij hebben toen gekeken hoe wij voor de buurt wat konden betekenen.”

Inmiddels biedt De Halter ook naschoolse opvang en zijn er twee combinatiefunctionarissen aan het werk. Per 1 januari 2015 volgt een derde. Verder zijn er contacten gelegd met de paramedische sector, om ook die kennis en expertise in huis te halen. “Het afgelopen jaar hebben we onze visie/missie aangepast”, vertelt Galesloot. “Van sport-georiënteerd naar een meer maatschappelijke rol. Als je kijkt naar wat dat betekent voor onze ledentallen, dan is dat aantal iets gegroeid. Maar belangrijker is dat mensen langer lid blijven. Wij richten ons vooral op ledenbehoud.”

De Halter is een mooi voorbeeld van een ‘open club’. Kort gezegd is een open club een vereniging die meer (sport)activiteiten aanbiedt dan alleen haar hoofdactiviteit. Hiermee wil de club leden, maar ook buurtbewoners en andere betrokkenen, sterker aan zich binden en stimuleren om meer te sporten en bewegen. “Een open club kan ook een samenwerking zijn tussen meerdere verenigingen en sportaanbieders,” nuanceert Erik Lenselink, hoofd Sportontwikkeling bij NOC*NSF. “Het is eigenlijk een filosofie, die is gebaseerd op veel mooie voorbeelden in het land. Een club is niet óf ‘open’ óf ‘gesloten’. Er zijn vele manieren voor clubs om op de bij hen en hun omgeving passende manier stappen te zetten richting het meer ‘open’ worden.”

Begin dit jaar werd het begrip ‘open club’ voor het eerst geïntroduceerd. Sindsdien heeft NOC*NSF in acht verschillende regio’s zogenoemde open club-sessies gehouden, om verenigingen te stimuleren zich open te stellen voor nieuwe doelgroepen en een grotere maatschappelijke rol te spelen. Ook op lokaal niveau zijn er open club-sessies georganiseerd. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met provinciale en lokale sportserviceorganisaties, gemeenten, Fit!Vak, NISB en de sportbonden KNVB, KNLTB, KNHB, KNZB, KNKV en Atletiekunie. Ook is er een soortgelijke bijeenkomst georganiseerd met Scouting Nederland en enkele culturele verenigingen. Lenselink: “Per sessie waren gemiddeld 20-25 verenigingen en fitnessondernemers aanwezig. Telkens weer komt er een enorme positieve energie los bij de deelnemers en verbazen deelnemers zichzelf en ons met de ideeën die men met elkaar opdoet tijdens de avonden.”

Lenselink vervolgt: “We merken dat zowel in ‘sportland’ als ‘gemeenteland’ het begrip open club steeds meer begint te leven – de open club beweging begint op gang te komen! We hebben geen keiharde getallen van aantallen open clubs maar het vermoeden is dat 5-10 procent van de clubs in Nederland in een behoorlijke mate ‘open’ is. We zien graag dat dit percentage de komende jaren verdubbelt zodat we dichterbij onze ambitie komen; elke buurt een open club! Want als er in elke buurt een open club is, wordt het voor iedereen in Nederland een stuk gemakkelijker om te genieten van sport en te profiteren van de kracht van sport.”
Deel dit via: