Oldrik van der Aalst

(Foto: Robert Cooijmans)
Naam: Oldrik van der Aalst
geboren: 01-12-1995 in Amersfoort
woonplaats: Barneveld 
Bijnaam: Ollie
sport en discipline: schansspringen
School/opleiding: HAS aan het Schigymnasium Stams (Oostenrijk)
Vereniging: SV Schwarzach
Belangrijke resultaten: 6e bij FIS-CUP Strebske Pleso, finale EJOWF 2011
Website: www.oldrik.nl
Filmpjes op YouTube:
- Interview met NOC*NSF voor EJOWF

Resultaten JOS2012:
70-meterschans: elfde plaats

Je zou iemand die van 120 meter afspringt een waaghals kunnen noemen, maar voor Oldrik van der Aalst is het heel normaal. Sinds zijn achtste doet hij al aan skispringen. “Ik kreeg een brief van NskiV met de vraag of ik mee wilde doen aan een talentendag voor het skispringen. Ik dacht: “waarom niet?”, dus ben ik naar die talentendag gegaan. De eerste keer van die schans af was wel eng, maar hij was klein dus er kon weinig gebeuren.”

Oldrik werd beter en beter en deed aan steeds meer wedstrijden mee. Zoveel wedstrijden dat hij te veel school miste. “Ik zat bijna elk weekend in het buitenland. Ik miste zoveel school dat het eigenlijk niet meer ging. Er moest dus een oplossing komen.”

De oplossing werd het Skigymnasium in het Oostenrijkse Stams. Tien maanden per jaar zit Oldrik op het internaat. Hij gaat naar school en traint. “Natuurlijk was het af en toe wel moeilijk. Ik ging op mijn veertiende al uit huis. Dat is best wel vroeg. Ik kende daar niemand en mijn familie en vrienden zaten nog in Nederland. Maar nu gaat het wel goed. Ik ben blij dat ik de keuze heb gemaakt, want ook het springen gaat nu veel beter.”

Op de Jeugd Olympische Winterspelen springt hij straks van een 70 meter schans af. Een flink stuk kleiner dan hij gewend is. “Tijdens normale wedstrijden is de schans tussen de 90 en 140 meter. Waarom het bij de Jeugd Olympische Winterspelen een schans van 70 meter is weet ik niet. In de voorbereiding hebben we gelukkig wel van veel kleine schansjes afgesprongen, dus ik weet weer hoe het voelt. Het is in het begin toch even wennen, omdat dit om een hele andere techniek vraagt. De vlucht is korter en het draait meer om de afsprong.”

Oldrik heeft al enige ervaring als het gaat om Olympische toernooien. Vorig jaar deed hij mee aan het Europees Jeugd Olympisch Winterfestival. “Het was erg leuk om daar aan mee te doen, maar helaas ging het springen niet zo goed. Ik was eerder dat jaar hard gevallen en dat geeft behalve lichamelijk ook mentaal een harde klap. Tijdens dat toernooi was ik vooral aan het balen, omdat ik niet zo goed had gesprongen.”

Straks wil hij dat natuurlijk beter doen. “Ik ben beter dan toen en ik hoop dat ik straks een goed resultaat neer kan zetten. Er zijn veel goede jongens dus ik kan niet zeggen waar ik ga eindigen, maar met een goede sprong en een beetje geluk komt het wel goed!”

Oldrik droomt van een gouden medaille op de Olympische Winterspelen. “Dat zou heel tof zijn. Het is nog lange weg, maar we gaan het zien. Sowieso wil ik de grote toernooien springen, want dat hebben nog weinig Nederlanders gedaan.”