Marije van Huigenbosch

NED_VAN HUIGENBOSCH_MARIJE_19930623
Naam: Marije van Huigenbosch
geboren: 23-06-1993 in Almere
woonplaats: Almere 
Bijnaam: Poppetje
sport en discipline: bobslee (tweemansbob meisjes) 
School/opleiding: Havo aan het OSG Sevenwouden
Belangrijke resultaten: NK Junioren 2010
Website: marijebobslee.gaatverweg.nl
Filmpjes op YouTube: - 
in actie op: 22 januari 

Marije van Huigenbosch stond in 2009 voor het eerst op de bobsleebaan. “Bij de bobsleebond organiseerden ze een talentendag voor het Developmentteam en toen heb ik een week lang testen gedaan. Daar heb ik leren sturen. Daarna kwamen de Olympische Spelen van 2010 en belandden wij even op de achtergrond. Dit jaar werden we weer op de voorgrond geplaatst door de Jeugd Olympische Winterspelen.

Daar zit Marije als pilote samen met remster Sanne Dekker in een bobslee. “Sanne en ik zijn een goed team. We kunnen het goed met elkaar vinden en voor een wedstrijd peppen we elkaar op door te schreeuwen. Vooral Sanne is daar erg goed in.”

Maar dat is niet het enige waar ze goed in zijn. Hun kracht ligt vooral bij de start. “We kunnen hard duwen en sprinten en daardoor hebben we vaak een hele goed start. Dat is ook wel essentieel bij een race. Ze zeggen weleens dat als je boven één tiende verliest het beneden drietiende is. Als je dus een goede start hebt en beneden ook nog eens goed op vier ijzers finisht, dan heb je al wel een licht voordeel.”

Of ze beneden op vier ijzers finishen, ligt voor het grootste gedeelte in de handen van Marije. Als pilote moet zij de bobslee door de bochten heen sturen. “Sturen kan je alleen in het buitenland oefenen, omdat we in Nederland geen baan hebben. Tijdens trainingsstages en wedstrijden ga ik altijd eerst met de coach de baan af. Dan bespreken we hoe ik moet sturen in welke bocht. De eerste afdaling is lastig, want het gaat nooit gelijk perfect.”

Daar komt bij dat bobslee ook mentaal een erg zware sport is. “Als je een bocht net niet goed neemt, kan het zijn dat je crasht. Met zo’n bob ga je al gauw boven de 120 kilometer per uur. Als je crasht, scheer je dus ook met 120 kilometer per uur langs dat ijs. Als je dan uit de bob stapt, voel je wel die pijn in je schouders of in je ribben. Na een crash moet je in staat zijn om de knop weer om te zetten en je weer in die race te storten.”

Gelukkig zit het bij Marije mentaal voor de Jeugd Olympische Winterspelen wel goed. “Het is niet onmogelijk om een medaille te pakken. We hebben ons als eerste geplaatst, maar je weet natuurlijk niet of de concurrentie zich toen heeft ingehouden. Maar we gaan zeker voor die medailles!” 

>> lees hier portretten van de bobsleesters op <><>