Gerard Dielessen_88x62 Weblog Gerard Dielessen over het overlijden van Anton Geesink.

ma 30 aug 2010
Bij het afscheid van mijn jeugdheld Anton…

Geesink houdt kaminaga in de houdgreep
1964. Ik was negen jaar oud. Woonde in Utrecht. Ook toen al helemaal gek van sport. Korfballen, handballen (mijn hele familie was daar bezeten van), tennis ook. Ik herinner mij de Olympische Spelen van Tokio nog maar al te goed. Want tijdens de medische sportkeuring had de röntgenoloog een afwijking op één van mijn longen aangetroffen. Tbc? Werd nooit aangetoond. Maar wel moest ik rust houden, dus kon ik heerlijk genieten van de ‘krakende’ zwart wit televisiebeelden van de Olympische Spelen in Tokio.

Eigenlijk geen idee of die beelden toen al rechtstreeks werden uitgezonden. Vast niet. Zo lang geleden immers, en zo haarscherp kan ik die periode toch niet helemaal meer terughalen.

Wat ik nimmer vergeet is de ongelooflijke en niet voor mogelijk gehouden overwinning van stadgenoot Anton Geesink op de Japanner Akio Kaminga.
Goud.
Houdgreep.

Geesink won als eerste judoka uit het ‘westen’ een gouden medaille. De euforie was niet te beschrijven in ons land. Zo werd Anton Geesink één van mijn jeugdsporthelden. En dat was niet zo raar.

Want in die tijd zat ik samen met één van zijn kinderen op de lagere school. Derde of vierde klas, denk ik. Leni Geesink. Weet ik nog goed: de Rijk van Gaasbeek Lagere School aan de Ridderlaan. De familie Geesink woonde aan de IJsselsteinlaan in Hoograven, helemaal aan de zuidkant van Utrecht, waar ‘De Reus’ met zijn gezin terecht was gekomen na te zijn opgegroeid in het fameuze wijk C.

Kan mij goed herinneren dat ik met Leni mee naar huis ben geweest. En zo ontmoette ik mijn jeugdheld in levende lijve. Wat een imposante man. Een rijzige gestalte toen. Ik als klein jongetje. Er leek geen einde te komen aan die man… Jemig… een echte held.

Geen wonder dat ik vond dat ik met een groot kampioen had te maken. Niet zo vreemd dat je dit soort ontmoetingen nimmer meer vergeet. Levende geschiedenis eigenlijk. Eigenlijk geen idee nu of dat voor of na Tokio was. En ik weet ook niet meer of ik maar één keer met Leni ben meegeweest, of meer. Zou ik toch moeten weten nu.

Wat ik wel weet is dat ik met mijn vader langs de kant van de weg (de Briljantlaan) stond, toen Anton als een held in een open wagen (of was het een kar?) Utrecht werd binnengereden, na zijn fascinerende triomf in het verre Tokio (zoals ik in die tijd ook samen met mijn pa midden in de nacht opstond om te zien hoe Cassius Clay in de strijd om de wereldtitel Sonny Liston versloeg). Cassius Clay. Anton Geesink. De jaren zestig. Helden dus.

Ik heb toen zelfs ook even overwogen om ‘op’ judo te gaan, zoals zo velen daadwerkelijk deden. Maar het is er nadien nooit meer van gekomen. Te druk met andere sporten vermoedelijk.

Zesenveertig jaar geleden dus. Kort daarna opende Anton zijn eigen judoschool aan het Ondiep in Utrecht, vlak bij waar mijn oma woonde. Ben daar met vriendjes die wel gingen judoën vaak naar toe geweest. Dat vierkante gebouw bij de Rode Brug en de benzinepomp. Als geboren en getogen Utrechter vormde die plek een `landmark’ in de stad. Steeds hoopte ik daar mijn jeugdheld te treffen. Maar er was alleen teleurstelling. Anton reisde in die tijd de wereld over om als beste Nederlandse judoka ooit, ongelimiteerd succes te oogsten.

Uiteindelijk trof ik hem dan toch in levende lijve. Een paar maanden geleden op het terras van het Nationaal Sportcentrum Papendal in Arnhem. Samen met André Bolhuis. André als de nieuwe voorzitter van NOC*NSF, ik als de nieuwe algemeen directeur. Uurtje ‘bijpraten’ met één van onze twee IOC-leden. Over de voorbije periode, zijn teleurstellingen (frustraties misschien), een nieuw begin en over de toekomst en wat hij graag nog voor de Nederlandse sport wilde betekenen onder het nieuw aangetreden ‘regime’.

Tijdens deze voor mij hernieuwde kennismaking heb ik onze eerste ontmoeting maar gelaten voor wat ie was. Dacht…., misschien komt dat nog wel eens een volgende keer.
Alle tijd nog immers.

Zo werd het een ontspannen gesprek met perspectief. Over bestuurlijke zaken, maar vooral ook over de sport. Want na al het bestuurlijke gedoe van de afgelopen jaren moesten we nu maar eens ophouden met onderling ruziemaken. En dat moest zeker kunnen vanwege de prima verstandhouding tussen het IOC-lid en de net aangetreden nieuwe voorzitter Bolhuis. Twee mannen (iconen, helden) die werkelijk naar sport ‘ruiken’. Geen wonder dat ze wél met elkaar kunnen opschieten.

We zouden na de zomer met z’n drieën opnieuw bij elkaar komen en verder plannen gaan maken. Dat gaat er helaas niet meer van komen.

Ik ben vast niet de enige die bedroefd is na het toch nog wel onverwachte overlijden van mijn Utrechtse jeugdheld. Natuurlijk, Anton was omstreden. Zei wat voor op zijn tong lag, maakte van zijn hart geen moordkuil, spaarde niemand. Kleurrijk, uitgesproken en voor niemand bang. Daar zouden we er meer van moeten hebben in ons land. Direct na zijn overlijden las ik een twitterbericht dat er ‘ongetwijfeld heel wat hypocriete teksten’ (o.i.d.) zouden worden geschreven en uitgesproken na het heengaan van Anton. Het zal.

Maar ik betreur oprecht dat één van Nederlands grootste sporters ooit geen bijdrage meer zal leveren aan het ‘Olympisch niveau’ brengen van ons land. Ik had onze hernieuwde kennismaking graag voortgezet.

Gerard Dielessen
Algemeen directeur NOC*NSF 

Kijk hier voor eerdere blogs van Gerard Dielessen.
Volg hem op Twitter via twitter.com/gerarddielessen

Lees ook:
>> NOC*NSF geschokt door overlijden Anton Geesink
Weblog Weblog Gerard Dielessen over het overlijden van Anton Geesink. Anton Geesink 1964 332x269
Deel dit via: