Talentherkenning

Een belangrijk onderwerp dat voortkomt uit het ‘Masterplan Talentontwikkeling 2006-2010’ van NOC*NSF en beschreven staat in de Sportagenda 2016, is talentherkenning.

Talentherkenning is zelden of nooit een momentopname maar eerder een proces. Wij spreken dan ook bij voorkeur van talentidentificatie en talentbevestiging, omdat na de eerste inschatting we een fase voorzien waarin de mate van talent nader kan worden ingeschat en bevestigd. Deze bevestigingsfase vindt plaats in een meer specifieke context, een daarvoor ingericht en gestructureerd sportprogramma, waarin de respons van het talent op basis van een zo breed mogelijk scala van kenmerken, indicatoren en waarnemingen wordt geregistreerd en geanalyseerd.

Uitgangspunt die wij hierbij hanteren is dat dit proces ongeveer 8 jaar voordat je zou kunnen presteren bij de senioren start. Hierop aansluitend start de fase van talentontwikkeling, waarbij de nadruk logischerwijs op ontwikkeling ligt en de talenten een trainings- en wedstrijdprogramma aangeboden moeten krijgen die kwantitatief en kwalitatief mondiaal concurrerend is.

Om die talenten te vinden die een reële kans maken op een plaats in de mondiale top moeten topsportorganisaties gestructureerde identificatie en opleidingswegen opzetten. Het proces moet zoveel als mogelijk gebaseerd zijn op wetenschappelijke kennis en inzichten, aangevuld met en getoetst aan de kennis, ervaring en intuïtie van vakmensen met naam en reputatie in de sport (de zeer ervaren coaches met een oog voor toptalent!).

De zoektocht is niet naar bovengemiddeld talent, maar naar zogenaamde high potentials, op vele punten excellerende jonge sporters.

Werkzaamheden NOC*NSF
Met het Project Talentidentificatie wil NOC*NSF bonden de kans bieden om samen met een vaste groep deskundigen de mate van talent van hun sporters vast te stellen. Dit gebeurt op basis van fysiek, fysiologische, technische, tactische, biomechanische, psychologische, psychosociale, en sociologische parameters.

De doelgroep voor het Project Talentidentificatie bestaat uit topsportprogramma’s met een hoogwaardige en integrale talentontwikkelingsstructuur, waar de bond regie op heeft. De exacte doelgroep wordt afgestemd op de Sportagenda 2016.

Per bond worden in principe de volgende tools opgeleverd:

  • Talentprofiel; Er is een optimaal onderbouwd, evidence based profiel dat toekomstige podiumsporters naar hoge waarschijnlijkheid voorspelt. Dit profiel resulteert in een dynamische document wat, bij nieuwe inzichten en gegevens, aangevuld en/of aangepast dient te worden. Dit is een verdieping op de al bestaande talentprofielen van bonden die gebruikt worden voor het geven statussen van talenten.
  • Organisatie en uitvoering talent identificatieprogramma; Er worden continue talentidentificatieprogramma’s en activiteiten beschreven die meer dan voldoende instroom en doorstroom van potentiële podiumsporters in de pijplijn garanderen.
  • Bevestiging van talent; Er is een multidisciplinair en gefaseerd identificatieproces samengesteld, een programma waarin respons en aanpassingsvermogen van de atleet in beeld wordt gebracht en een gestructureerde werkwijze bij uitstroom van sporters is opgesteld.

Tot slot is NOC*NSF aan het kijken in hoeverre zij overkoepeld enkele laat-specialisatie sporten (sporten met een beperkt aantal onderscheidende, vooral fysieke, kenmerken die zich pas echt goed uiten na de groeispurt en waar men op latere leeftijd mee kan beginnen en het nog steeds realistisch is om de mondiale top te halen) kan helpen bij het effectiever en efficiënter screenen van hun doelgroep.

Vraagstukken vanuit het project Talentidentificatie
Onderstaand staan een aantal van de vraagstukken of onderzoeken waar NOC*NSF mee aan de slag is of gaat voor dit project:

  • Analyse van de wereldtop en verwachtte ontwikkeling de komende jaren binnen de betreffende sport.
  • Wat zijn de onderscheidende kenmerken van de betreffende sport? In welke mate zijn deze kenmerken aangeboren en in welke mate zijn ze nog aan te leren?
  • Wat is de doelgroep waarin talenten gezocht kunnen worden en vanaf welke leeftijd moet dit plaatsvinden?
  • Waar liggen voor Nederland de toekomstige medaille kansen voor deze sport?
  • Is er sprake van een geboortemaand-effect?
  • Op welke wijze kan er rekening worden gehouden met de biologische leeftijd van sporters gedurende het proces van herkennen en ontwikkelen?
  • Potentie- en prestatieregistratie.
  • Op welke wijze kunnen we de cognitieve ontwikkeling van talentvolle sporters monitoren en evalueren? In welke mate zijn bijbehorende competenties aangeboren en in welke mate zijn deze aan te leren?

Voor meer meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Kayan Bool, kayan.bool@noc-nsf.nl.