‘Ik geef mezelf meer kans op de 500 meter’

NOC*NSF heeft begin mei zes ambassadeurs gepresenteerd van het Nederlands Olympisch Team en het Nederlands Paralympisch Team voor de Spelen van Vancouver 2010: Nicolien Sauerbreij (snowboarden), Sybren Jansma (bobsleeën, remmer), Annette Gerritsen (langebaanschaatsen), Annita van Doorn (shorttrack), Erben Wennemars (langebaanschaatsen) en Kees-Jan van der Klooster (zitskiën). Voor Lopend Vuur kijken de ambassadeurs een voor een alvast vooruit naar de Olympische Winter Spelen.

Annita van Doorn is hard op weg naar Vancouver. De 26-jarige shorttrackster voldeed zowel individueel op de 1.000 meter als met de relayploeg aan de kwalificatie-eisen voor de Olympische Winter Spelen van 2010. Formeel moet de kwalificatie nog wel door de bond en NOC*NSF worden bekrachtigd. Als die procedure is afgerond, maakt Van Doorn, afgestudeerd fysiotherapeute, in Vancouver haar Olympisch debuut.

De World Cups in november, achtereenvolgens in het Canadese Montréal en het Amerikaanse Marquette, waren voor de shorttrackers aangemerkt als Olympische Kwalifica-tie Toernooien. Annita van Doorn greep gelijk haar kans op de kilometer. ‘Op de 500 meter was ik er ook bijna, maar helaas gooide materiaalpech roet in het eten. Bij de start van de kwartfinale raakte het ijzer van mijn Amerikaanse tegenstandster mijn linker ijzer. De rit werd afgefloten, waarschijnlijk omdat ze metaal zagen vliegen. Ik moest het ijs verlaten, terwijl ik in die rit alleen maar derde hoefde te worden om de halve finale te halen en me zo op deze afstand te kwalificeren voor Vancouver. Balen dus,’ aldus Van Doorn, die in Marquette eveneens met domme pech kampte op de halve kilometer.

‘Bij de start in de eerste bocht werd ik onderuit gereden. Normaal gesproken wordt de rit dan afgefloten. Dit keer niet. De scheidsrechter was het daar niet mee eens, en dus mocht ik de kwartfinale rijden. Maar door de slechte tijd als gevolg van mijn val stond ik op positie 5. Wat een groot nadeel is. Ik was niet in staat me naar voren te werken.’ Omdat Nederland een startbewijs op de 500 meter heeft, hoopt Van Doorn dat ze van NOC*NSF toch op dit onderdeel mag starten.

De shorttrackvrouwen wisten in Marquette kwalificatie af te dwingen en zijn – onder voorbehoud van formele bekrachtiging door de bond en NOC*NSF – voor het eerst sinds 1998 weer met een relayploeg vertegenwoordigd op de Spelen. Naast Van Doorn maakten Liesbeth Mau-Asam, Sanne van Kerkhof, Maaike Vos en Jorien ter Mors in Mar-quette deel uit van de ploeg van bondscoach John Monroe. De exacte samenstelling van de relayploeg voor Vancouver is nog niet bekend.

Over haar kansen in Vancouver zegt Van Doorn: ‘Met het team kunnen we meedoen om de medailles. China en Korea zijn normaliter te sterk, maar met shorttrack weet je het nooit. Valpartijen horen bij deze sport en zoiets kan ook de toplanden overkomen. De nummers drie tot en met acht zijn aan elkaar gewaagd; daar zitten wij ook bij. Indivi-dueel zal het lastiger worden om in de buurt van het podium te komen. De concurrentie is moordend. Op de 500 meter geef ik mezelf meer kans dan op de 1.000, maar eerst moet ik natuurlijk wel een startbewijs krijgen.’

Of Van Doorn doorgaat tot de Spelen van Sochi 2014, weet ze nog niet. ‘Toen ik Turijn in 2006 miste, was het niet zo moeilijk te besluiten om door te gaan tot 2010. Nu ga ik het van jaar tot jaar bekijken. Eind 2006 ben ik van Nieuwegein verhuisd naar Heerenveen om me fulltime te wijden aan het shorttrack. Ik ben inmiddels wel begonnen met een studie psychologie aan de Open Universiteit, maar die heb ik dit voorjaar stopgezet om me helemaal te kunnen focussen op de Spelen. Eerst Vancouver, daarna zien we wel weer verder!’