‘De focus ligt op talentontwikkeling’

Om de aansturing en coördinatie binnen de topsportprogramma’s te versterken en het Nederlandse topsportklimaat in zijn totaliteit te verbeteren, moeten er bij de bonden meer technisch directeuren worden aangesteld. Dat was een van de aanbevelingen na de evaluatie van de Olympische Spelen van Beijing. Sinds begin dit jaar is er de Regeling Technisch Directeuren, waarbij NOC*NSF aanstellingen subsidieert van in totaal twintig technisch directeu-ren met middelen vanuit Lotto en het marketingprogramma Ambition 2012. Peter Nieuwenhuis (handboogbond) is een van hen.

Peter Nieuwenhuis (58) was na zijn tijd als wielrencoach algemeen en technisch directeur van de KNWU. In 2001 aanvaardde hij een functie bij NOC*NSF, maar omdat hij het ‘veldwerk’ miste, keerde Nieuwenhuis twee jaar later terug als coach. Ditmaal van de Nederlandse Handboog Bond. Daar begeleidde hij onder anderen Wietse van Alten, Johanna van Zutphen en Ron van der Hoff, die nu bondscoach zijn van respectievelijk de nationale selectie, Jong Oranje en de selectie aangepast sporten. Nieuwenhuis – formeel sinds 1 maart in dienst als technisch directeur – zorgt ervoor dat zij hun programma’s optimaal kunnen draaien. ‘Ik stuur nu deze drie jonge, talentvolle coaches aan. Toen ik zelf nog coach was, moest ik alles min of meer zelf uitzoeken. Ik had geen ervaren technisch directeur om op terug te vallen.’

Nieuwenhuis was in zijn periode als coach bij de handboogbond al aan het pionieren op het werkterrein van een technisch directeur. ‘Men was op zoek naar een cultuurdrager. Ik had inhoudelijk weinig kennis van de handboogsport, maar door mijn ervaring bij de KNWU wél van coachen, het creëren van een topsportcultuur, zaken als periodisering enzovoort. Daarvoor had men mij ook aangenomen.’ De aanpak van Nieuwenhuis sloeg aan, want onder zijn leiding gingen de resultaten met sprongen vooruit. Bovendien voorzag hij in zijn eigen opvolging door Van Alten – winnaar van Olympisch brons in Sydney 2000 –, Van Zutphen en Van der Hoff een interne coachopleiding te geven.
 
‘We hebben met de handboogbond een paar ijzersterke programma’s opgezet, waarbij de focus op talentontwikkeling ligt,’ vertelt de Fries. ‘Nadat vorig jaar een heel sterke lichting was gestopt, zijn we met de oudste Jong Oranje-sporters, eveneens een zeer talentvolle groep, een nieuwe recurveploeg gestart onder leiding van Van Alten. Zij maken deel uit van het CTO Papendal en gaan in een fulltimeprogramma toewerken naar de Olympische Spelen van Londen 2012. Bij de eerste tien eindi-gen op het EK senioren in 2010 is de eerste stap. Ook met Jong Oranje, dat op twee locaties traint, zijn we goed bezig, getuige de eerste en tweede plaats dit jaar bij het WK Jeugd. En bij het aangepast sporten mochten we in 2009 voor het eerst een wereldkampioen begroeten.’

‘Ik vind het prachtig om die jonge coaches te begeleiden, de programma’s vorm te geven en te versterken. Ik heb onderhand de leeftijd bereikt waarop ik niet meer per se dagelijks met mijn voeten in de klei hoef te staan, maar ik vind het heerlijk om veel contact met de werkvloer te houden. De functie van technisch directeur is een mooie combinatie van bureau- en veldwerk, maar het draait altijd om topsport,’ aldus Nieuwenhuis. ‘Het allergrootste voordeel van een fulltime technisch directeur is dat coaches niet meer in de verleiding komen om – naast het begeleiden van hun sporters – ook nog eens bezig te zijn met allerlei logistieke en organisatorische zaken. Een coach moet trainen en coachen.’