Ambassadeurs op weg naar Vancouver

NOC*NSF heeft begin mei zes ambassadeurs gepresenteerd van het Nederlands Olympisch Team en het Nederlands Paralympisch Team voor de Spelen van Vancouver 2010: Nicolien Sauerbreij (snowboarden), Sybren Jansma (bobsleeën, remmer), Annette Gerritsen (langebaanschaatsen), Annita van Doorn (shorttrack), Erben Wennemars (langebaanschaatsen) en Kees-Jan van der Klooster (zitskiën). Voor Lopend Vuur kijken de ambassadeurs een voor een alvast vooruit naar de Olympische Winter Spelen.

De Paralympische Winter Spelen van Torino 2006 kwamen voor zitskiër Kees-Jan van der Klooster net iets te vroeg. 'Internationaal voldeed ik aan alle kwalificatie-eisen, maar de Nederlandse limieten waren voor mij nog iets te hoog gegrepen,' blikt de 32-jarige Zeeuw terug. 'Niet geheel ten onrechte wil NOC*NSF alleen medaillekandidaten afvaardigen naar de Paralympische Spelen. Toen was ik dat niet, nu hopelijk wel.'
Kees-Jan van der Klooster wil zich de komende wintermaanden nomineren voor de Winter Spelen van Vancouver 2010. Zijn elf jaar jongere collega Bart Verbruggen, een staande skiër bij de minder validen, heeft zich al genomineerd. 'Het zou mij verbazen als ik Vancouver niet haal,' zegt Van der Klooster met het nodige zelfvertrouwen. Voorlopig is hij al wel benoemd tot ambassadeur van het Nederlands Paralympisch Team in Vancouver.

'Ik was blij verrast met die uitverkiezing. Dat maakt het voor mij nog wat makkelijker om onze sport en de Paralympische Spelen in Vancouver onder de aandacht te brengen. Ik houd wel eens een voordracht en bezoek regelmatig scholen om een praatje te houden over mijn handicap en mijn sportbeleving. Met de titel van ambassadeur van NOC*NSF komt mijn verhaal beter over. Het versterkt de inhoud als het ware.'

In maart 2001 kwam Van der Klooster tijdens het snowboarden ongelukkig ten val. Hij liep daarbij een dwarslaesie op. Als fanatiek beoefenaar van inlineskaten, snowboarden, skateboarden en wakeboarden zocht hij na zijn ongeluk naar alternatieven om te kunnen blijven sporten. Uiteindelijk kwam hij terecht bij het alpineskiën.
Van der Klooster: 'Ook als gehandicapte sporter wil ik mijn grenzen blijven verleggen. Op de afdaling maak ik de meeste kans op een Olympische medaille. Ik houd van snelheid en risico's nemen. Helaas zijn er voor Vancouver nog maar twee kwalificatiemomenten. Het is nu eenmaal lastig om een hele berg af te zetten met dubbele netten. En dat is wel nodig, want soms gaan we met snelheden van 115 kilometer per uur naar beneden. Als je dan onderuitgaat, en dat gebeurt nogal eens, maak je een behoorlijke smak. Zonder lef heb je bij ons niets te zoeken. Er zijn natuurlijk ook nog andere vormen van zitskiën. Het is een heel toegankelijke sport voor mensen met een handicap. Je kunt op dezelfde plaatsen komen als valide mensen. Je kunt genieten van de vrijheid, van de natuur, van het uitzicht op de berg en van het glijden naar beneden. Ik kan het iedereen aanbevelen.'