wo 24 sep 2014
Meerderheid Nederlanders wil bewegingsonderwijs als kernvak op basisschool

gym300x200
ARNHEM - Meer dan de helft van de Nederlanders noemt bewegingsonderwijs als belangrijk vak op school, direct na rekenen, taal, en sociale vaardigheden. 86 procent van de Nederlanders vindt sporten op school belangrijk en meer dan 75 procent vindt schoolsport zelfs onmisbaar. Dat blijkt uit onderzoek dat GfK recentelijk heeft uitgevoerd onder meer dan 3000 mensen in opdracht van NOC*NSF en Achmea. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt echter dat er nogal wat af te dingen is op de kwaliteit en het aantal gymlessen op school. NOC*NSF roept de politiek op ervoor te zorgen dat alle leerlingen 3 uur bewegingsonderwijs per week krijgen, gegeven door een vakleerkracht.

Mening van Nederlandse bevolking
Ruim 80 procent van de Nederlandse bevolking is er van overtuigd dat kinderen door schoolsport discipline ontwikkelen en meer dan de helft van de Nederlandse bevolking is er van overtuigd dat schoolsport kinderen meer doelgericht maakt bij het leren. En bijna 80 procent ziet schoolsport een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van een gezonde leefstijl bij kinderen. 86 procent van de Nederlanders vindt sporten op school dan ook belangrijk en meer dan 75 procent vindt schoolsport zelfs onmisbaar. Meer dan de helft van de Nederlanders vindt zelfs dat bewegingsonderwijs een belangrijk kernvak dient te worden, direct achter rekenen, taal en sociale vaardigheden.

Erik Lenselink, manager Sportontwikkeling bij NOC*NSF: “Dit zijn cijfers die er niet om liegen. Schoolsport is onmisbaar, leert kinderen gezond en gedisciplineerd te leven, en leidt tot meer doelgericht leren. Wat zou je nog meer wensen van een school?”

NOC*NSF en Achmea komen aan de vooravond van het Tweede Kamerdebat over het bewegingsonderwijs in Nederland met deze opvallend eenduidige cijfers naar buiten. Lenselink: “We zeggen het zelf al langer, er valt echt veel te winnen met sport. Mooi dat uit dit onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de Nederlanders dit met ons eens is. Nog mooier zou het zijn als deze cijfers tot politieke actie zou leiden. Want het is nu echt tijd om een einde te maken aan de door het ministerie van OCW zelf geconstateerde gebrek aan kwaliteit en omvang van de gymlessen.”

Huidige kwaliteit gymlessen
Uit de brief van staatssecretaris Sander Dekker aan de Tweede Kamer ‘Aanpak bewegingsonderwijs primair onderwijs’ van 11 november 2013: “Te weinig vakleerkrachten en te veel on(der)bevoegdheden voor de klas Uit het onderzoek blijkt dat iets minder dan de helft van de basisscholen (46%) alleen groepsleerkrachten inzet voor het geven van bewegingsonderwijs. De rest van de scholen maakt volledig gebruik van vakleerkrachten (29%) of combineert de inzet van vakleerkrachten met groepsleerkrachten (25%). Ook valt op dat groepsleerkrachten met een brede bevoegdheid (bevoegd om gymles te geven in groep 3 en hoger) in minder dan een kwart van de scholen worden ingezet voor bewegingsonderwijs aan verschillende groepen.”

NOC*NSF is het volledig eens met de staatssecretaris waar hij in dezelfde brief schrijft: “De kwaliteit van de gymles staat of valt met de kwaliteit van de man of vrouw die voor de groep staat. Een inspirerende gymles motiveert kinderen om een leefstijl te ontwikkelen waarin regelmatig bewegen vanzelfsprekend is. Het is voor mij van groot belang dat die gymles gegeven wordt door een bevlogen, enthousiaste en bevoegde leerkracht. Het kan tenslotte niet zo zijn dat er onbevoegde leraren voor de groep staan.”

Tenslotte lezen we in deze brief: “Vooral het feit dat 20 procent van de scholen slechts één lesuur realiseert vind ik ronduit zorgelijk. Deze scholen moeten echt het been bijtrekken.”

Voortgezet onderwijs
Toen de Tweede Kamer in 2006 de lessentabel in het VO afschafte, heeft zij de onderwijstijd voor lichamelijke opvoeding (LO) toch kunnen waarborgen door handhaving van de minimumlessentabel voor LO uit 2005. Vorige week verscheen de ‘Nulmeting lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs' van het Mulier Instituut. Uitkomst van deze nulmeting is dat de meeste scholen in het voortgezet onderwijs voldoende gymles geven. Het ligt voor de hand dat de Tweede Kamer zo’n zelfde oplossing zoekt voor de basisscholen in Nederland.

Het Mulier Instituut maakte echter ook bekend dat bijna de helft van de gymleraren en schoolleiders zegt dat hun school een tekort aan gymzalen of sportvelden heeft. Met name veel vmbo-scholen kunnen hierdoor hun leerlingen niet het gewenste aantal gymlessen aanbieden.

Oproep
NOC*NSF roept de politiek op nu concrete maatregelen te nemen die garanderen dat ieder kind minstens 3 uur per week goed bewegingsonderwijs krijgt. Achmea steunt deze oproep omdat ook een goed bewegingsonderwijs tot een gezonde leefstijl leidt en daarmee in de toekomst tot lagere kosten in de gezondheidszorg. Daarbij ondersteunt Achmea met NOC*NSF actief initiatieven gericht op de schoolgaande jeugd buiten school. Te denken valt hierbij aan de grootste schoolsportcompetitie van Nederland, Olympic Moves en het uitbreiden van het aantal schoolsportverenigingen.

Erik Lenselink: “Het gaat er om dat kinderen goed leren bewegen in de gymles zodat ze ook op andere momenten zoals op het schoolplein, op straat en bij de sportclub een goede basis hebben om met veel plezier veel te sporten en te bewegen.”

Alle resultaten van het in opdracht van NOC*NSF en Achmea door GfK uitgevoerde onderzoek vindt u hier.
Onderwijs Meerderheid Nederlanders wil bewegingsonderwijs als kernvak op basisschool gym332x269
Deel dit via: