Pelle Rietveld Getty_Cameron Spencer 150x100 Focus, een jaar later

20-05-2014
5. 'Soms heb je een duwtje nodig'

Het was een enorme klap. 'We hingen aangeslagen in de touwen,' zegt voorzitter Clemens Wortel van de badmintonbond. Wat volgde was 'een cultuuromslag die in een stroomversnelling raakte.' Gedwongen, dat wel. En de ingrepen waren keihard. Wortel is het er nog altijd niet meeeens dat de badmintonbond de steun van 400.000 euro voor haar topsportprogramma's kwijtraakte. 'Frappant is wel dat we nu meer doen voor minder geld.'

Bekijk een reportage van de NOS over de bekendmaking van het focusprogramma van NOC*NSF:

Op 6 december 2012 maakte NOC*NSF bekend dat 124 van de 180 topsportprogramma's de financiële steun op weg naar Rio 2016 verloren. Eerder dat jaar was de Algemene Vergadering akkoord gegaan met de ingreep. Om de ambitie overeind te houden om tot de beste tien landen van de wereld te behoren, moest de focus op de kansrijke bonden zijn gericht. Van de 58 bonden bleven er 33 over.

Technisch directeur Maurits Hendriks verdedigde die ingreep destijds met drie woorden: 'Pijnlijk, hard, noodzakelijk.' Hij zei ook nieuwsgierig te zijn naar de nieuwe, creatieve initiatieven bij de gedupeerde bonden. 'Ik ben nieuwsgierig hoeveel sporters straks in Rio staan zónder die steun?'

Een deel van die bonden blijken ruim een jaar later op eigen kracht hun topsportprogramma's overeind te hebben gehouden, aldus manager topsport Jeroen Bijl bij NOC*NSF. 'Natuurlijk niet met dezelfde kwaliteit als voorheen. Bij andere bonden bleef het een moeilijk verhaal. De vraag is wel hoe het bij die bonden was toen ze die steun nog wel kregen. Ik denk ook dat er weinig of geen fulltime topsportprogramma's zijn die vóór 2013 op en top waren en daarna naar nul zijn gegaan.'

Andersom is het wat Bijl betreft nog moeilijk te zeggen of de bonden die hun steun behielden vooruitgang hebben geboekt. 'Een aantal heeft wel degelijk een stap gezet, andere niet. We hebben eind 2013 gesproken met vijf bonden, waarover we niet tevreden waren. Het moet daar echt beter. We kijken daarbij niet alleen naar de prestaties - of ze zevende of negende zijn geworden - meer naar het proces en hoe het programma wordt ingevuld.'

De ingreep van eind 2012 viel samen met de verslechterde financiële situatie bij bonden in het algemeen. Bijl: 'Dat is inderdaad ongelukkig voor die bonden die de steun verloren. Maar kijk je naar de top10 ambitie dan ligt het anders. Voor die kansrijke sporten kwam het juist goed uit dat we die keuzes hebben gemaakt en meer geld zijn gaan geven. In tijden van schaarste bleven die programma's overeind.'

Vier bonden gingen in 2013 in beroep tegen de verdeling van de topsportgelden. Alleen de van softball (vrouwen) kregen hun gelijk bij de Beroepscommissie Bestedingsplan. Besloten werd het nationaal team in ieder geval tot na de WK van 2014 financieel te steunen. Ook de badmintonbond ging in beroep. Ze vond de procedure rond de toewijzing van het geld niet transparant. Ook inhoudelijk was er onbegrip, omdat zich juist nu een 'gouden generatie' heeft aangediend met 16 jonge talenten in de mondiale top100.

Het beroep was de ene actie bij de badmintonbond. 'De andere was dat we orde op zaken zijn gaan stellen,' vertelt Clemens Wortel. Er werd gesneden in de bezetting van de technische staf. 'En we zijn gaan kijken welke topspelers écht bereid zijn er helemaal voor te gaan. Dat heeft geleid tot een flinke sanering van de selectie, die vrijwel is gehalveerd. Bovendien hebben we een bonussysteem afgesproken. Een uitzending naar een internationaal toernooi moet nu worden verdiend op basis van de mondiale ranking. Vroeger werd uitgegaan van een recht op een aantal van die toernooien.'

De badmintonbond had 250.000 euro beschikbaar voor topsport. Na het wegvallen van vier ton via NOC*NSF, werd 100.000 euro extra uit eigen middelen vrijgemaakt. Dat dwingt badmintonbond creatief te zijn. En soms keihard. 'We hebben ook te maken met een terugloop in het aantal leden en minder Lotto-gelden. We nemen afscheid van de algemeen directeur, zoeken samenwerking met andere bonden en we bekijken de opties voor andere huisvesting.' Ook zijn initiatieven genomen om de breedtesport een stimulans te geven. Wortel: 'We hebben er veel sores van gehad, maar zijn wel opgekrabbeld. Soms heb je een duwtje nodig.'

Ook bij het waterpolo (mannen) was sprake van een grote schok toen de financiële steun wegviel. Hans Nieuwenburg (teammanager) en Robin van Galen (bondscoach) sprongen in het gat, om toch met een volwaardig trainingsprogramma de hoop op Rio levend te houden.
Creativiteit is daarbij leidend, zowel in de aanvallende, snelle speelstijl die Van Galen voorstaat als in het sponsorprogramma dat de twee in elkaar staken.

'Beiden hebben een groot netwerk,' vertelt Ellen Julius, medewerker communicatie KNZB. 'Robin van Galen heeft sinds het goud met de nationale vrouwenploeg van Beijing 2008 veel contacten in het bedrijfsleven waar hij lezingen geeft. Dat hebben ze ingezet om tot een soort businessclub te komen. Ze koppelen bedrijfsleven aan topsport met Rio als grote doel. Een aantal keer per jaar nodigen ze topcoaches uit als sprekers. Max Caldas en Toon Gerbrands zijn bijvoorbeeld al geweest. Die aanpak werkt aardig, al zijn we er financieel nog niet.

Nieuw in 2013 was vooral de introductie van crowdfunding in de Nederlandse sport via websites als Wij zijn Sport en CrowdSport. Tientallen sporters en een enkel team haalden geld op voor hun sportieve doel. Uitzonderingen (Rens Blom) daargelaten, gaat het niet om de grote namen in de Nederlandse sport. In totaal is volgens schattingen in 2013 iets minder dan een ton opgehaald, waarbij overigens sprake is van een snelle groei.

'Je haalt er niet genoeg uit voor een fulltime bestaan als sporter. Misschien is dat een volgende stap,' aldus Pelle Rietveld. De tienkamper (hij eindigde als 21e op de WK van Moskou in 2013) verloor zijn B-status en kan niet zonder een dekking van zijn kosten, bijvoorbeeld voor de brandstof om op en neer naar Papendal te rijden. Hij begon zijn campagne met de slogan Wie wil mijn NOC*NSF zijn? en overschreed met 4465 euro zijn doel van 4000 euro. Daarmee kan de atleet weer een jaar vooruit. 'Wat werkt bij zo'n campagne is humor en je moet jezelf blootgeven. Dat begint al door zo'n actie te beginnen, want in feite vertel je dat je het niet redt. Emoties zijn belangrijk, je moet een persoonlijke snaar willen raken.'

Hij kreeg vooral veel respons op de givebacks voor kleine bedragen. Wie bijvoorbeeld 25 euro doneerde ontving het eenmalige magazine De Pel, vol met persoonlijke verhalen. De voormalig marketingstudent aan de Randstad Topsportacademie: 'Grote bedragen vragen werkt niet, dat lijkt al gauw op sponsoring. En dat is geen reële oplossing. Naamsbekendheid via een logo op mijn shirt kan ik bedrijven niet bieden. Ik doe immers maar een paar meerkampen per jaar en dan ook nog vaak in het buitenland.'
Deel dit via:

NOC*NSF

Twitter Facebook YouTube