Voetbal 300x200 Sportimpuls financiert 146 lokale initiatieven

20-05-2014
7. Schippers: 'Vasthouden en verder doorzetten'

Het is nieuws waar ook minister Edith Schippers van VWS bij opveert. In 2013 bleek het aantal mensen dat wekelijks aan sport doet flink te zijn gestegen. Begin 2014 schoot het aantal zelfs boven de zestig procent uit, het streefgetal volgens de Sportagenda 2016. 'Ik ben heel blij dat het de goede kant op gaat,' zegt de sportminister. 'Deze ontwikkeling moeten we vasthouden en verder doorzetten.'

Bekijk een mooi voorbeeld van een Sportimpuls-project:
 
De sportminister draagt stevig bij aan het bereiken van de doelen op het gebied van sportparticipatie. Via het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt vloeit jaarlijks zo'n 70 miljoen euro naar buurtsportcoaches en Sportimpuls, bedoeld voor het creëren van nieuw sportaanbod in wijken. Het is voor Schippers dan ook geen vraag wat de meerwaarde is. 'Sport is gezond. Sport geeft nieuwe energie. Sport is goed voor de leerprestaties van kinderen, voor de teamgeest. Voor oud en jong. Sport haalt ouderen uit hun isolement. Binnen de sport maak je vrienden en doe je kennissen op. Ik gun het iedereen om hier aan mee te doen.'

Meer mensen vaker, actiever en langer laten sporten is al jarenlang een gezamenlijk streven van VWS en NOC*NSF. De sportkoepel besloot in 2013 onderzoeksbureau GfK Intomart opdracht te geven maandelijks een stand van zaken van de sportparticipatie te geven. Zo kunnen trends door het jaar heen en ook per leeftijdscategorie worden vastgesteld. Kennis die helpt om een slim sportaanbod te komen, uitgaande van de vraag. Na een jaartje 'proefdraaien' werd begin 2014 de Sportdeelname Index via de website van NOC*NSF gepresenteerd.

En die cijfers zijn dus sky high, zoals manager sportparticipatie Erik Lenselink van NOC*NSF het zegt. Toch is er een keerzijde waar de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet omheen kan. Blessures. Vooral bij fitness, maar ook bij beginnende hardlopers. VeiligheidNL neemt in die groep zelfs een stijging waar van 17 procent meer blessures per 1000 sporturen (over de afgelopen vijf jaar) al gaat het daarbij niet om ernstige blessures.

'Alles heeft z’n keerzijde,' aldus minister Schippers. 'Als meer mensen gaan fitnessen en hardlopen, dan krijg je bij die sporten meer blessures. Hetzelfde zie je - in mindere mate - bij paardrijden en hockey. Natuurlijk is het ontzettend belangrijk dat we mensen helpen om blessures te voorkomen. Voor hardlopers werkt VeiligheidNL met financiële steun van VWS aan blessurepreventie, samen met de Atletiekunie. Er zijn ook allerlei sites waar je tips kunt vinden om veilig te sporten: voorkomblessures.nl en sportveiligheid.nl bijvoorbeeld.'

'Als je kijkt naar de kosten voor de samenleving,' vervolgt ze, 'is sporten altijd beter dan niet sporten. Sportblessures kosten de samenleving volgens onderzoek zo’n 460 miljoen euro. Maar de kosten van onvoldoende bewegen zijn bijna dubbel zo hoog: 907 miljoen euro.'

De groei in de sportparticipatie zit vooral bij individuele sporten en buiten de sportverenigingen om. Fitness, zwemmen en wandelen vormen al jaren de top drie. Het aantal leden bij clubs en bonden groeit echter niet en blijft stabiel op zo'n vier miljoen. Toch vormen de clubs het hart van de sport, midden in de samenleving. De verenigingen staan onder druk van bezuinigingen en verminderde sponsorinkomsten. Als gevolg daarvan stijgen de contributies. De oplossingen moeten in de eerste plaats in de sportwereld zelf worden gezocht. Of ziet Schippers toch ook een rol voor haar ministerie?

'Sportclubs hebben het inderdaad moeilijk. De Tweede Kamer heeft mij daarom ook gevraagd in de gaten te houden wat mogelijk de gevolgen van de recessie zijn voor de clubs. We zien dat niet alleen de sponsorinkomsten en gemeentelijke subsidies teruglopen, maar ook de omzet in de sportkantines. Als de afdrachten van de Lotto ook nog teruglopen, wordt sporten te duur voor heel veel mensen. Dat zwarte scenario moeten we zien te voorkomen en dat vraagt om inzet van iedereen: van vrijwilligers tot en met bestuurders van verenigingen, topsporters, de sportende Nederlanders zelf en van de overheid.'

De inzet van buurtsportcoaches behoort wat Schippers betreft tot de bijdrage van de overheid: 'Die zoekt de verbinding tussen de clubs en de wijk. Daarmee kunnen de coaches dubbel worden ingezet en de kosten worden gedeeld.'

'We moeten ook zoeken naar wegen om de inkomsten van de clubs op peil te houden,' stelt de minister. 'Wat ik ook hoop is dat sportverenigingen in al deze ontwikkelingen creatief blijven. Zij kunnen zich bijvoorbeeld richten op andere groepen. Traditioneel draait het verenigingsaanbod om de competitie. Dit is voor ouderen niet zo interessant, terwijl zij wel de meeste tijd hebben om te sporten, graag aan hun gezondheid werken, nieuwe contacten willen opdoen en mogelijk beschikbaar zijn als vrijwilliger. Het is jammer als sportverenigingen hier niet op inspelen. Gemeenten en sportbonden kunnen een stimulerende rol spelen bij het zoeken naar nieuwe kansen. Maar de ondernemerszin zal toch echt bij de sportverenigingen zelf moeten groeien.'

In haar sportbeleid zet Schippers vooral in sporten in de buurt, dicht bij de mensen. Dat lijkt aan te sluiten bij de megaoperatie van VWS om de zorg van het Rijk over te hevelen naar de gemeenten, om het op lokaal niveau te organiseren. Bovendien wordt bij het progamma Sportimpuls ook nadrukkelijk gevraagd om samenwerking te zoeken bij partijen in de zorg en welzijn. Is hier sprake van een masterplan?

'Bewegen en sporten in de buurt is ontzettend belangrijk,' benadrukt de minster nogmaals. 'Dichtbij je huis, makkelijk toegankelijk en veilig. Als je wilt inspelen op de behoeften van mensen, dat moet je sport en bewegen ook dichtbij mensen organiseren. In zekere zin sluit dit aan bij de ontwikkelingen in de zorg en bij het kabinetsbeleid om meer in de buurt van mensen te organiseren.'

Toch zegt de minister dat voor Sportimpuls niet specifiek wordt gevraagd naar samenwerking met zorg en welzijnsorganisaties. 'We vragen sportverenigingen wel om buiten de eigen sector te kijken en nieuwe partners en doelgroepen te zoeken. In mijn visie is in de toekomst iedereen lekker aan het sporten en bewegen, jonge en oude mensen, gezonde mensen en mensen met een beperking. Sportverenigingen hebben voor elk wat wils en werken samen met scholen, bedrijven en instellingen in de buurt. Een voetbalclub kan bijvoorbeeld ook de plek zijn waar mensen samenkomen voor een praatje, een cursus of huiswerkbegeleiding. Zo kunnen sportclubs enorm veel betekenen voor mensen.'
Deel dit via:

NOC*NSF

Twitter Facebook YouTube