Rolstoelbasketbalster 150x100 Sport zorgt voor een kerngezond Nederland

20 mei 2014
1. We winnen veel met sport

Eén helder verhaal als basis voor een strategie, waarmee de sport in een maatschappelijk context wordt geplaatst. In 2013 kwam NOC*NSF met de nieuwe positionering We winnen veel met sport. De recessie en het wegvallen van het Olympisch Plan bij de vorming van het kabinet Rutte II waren aanleiding voor dat nieuwe verhaal.

Bekijk hier de video: 'We winnen veel met sport':
'We hebben in de afgelopen jaren veel aan het Olympisch Plan opgehangen,' aldus algemeen directeur Gerard Dielessen van NOC*NSF. 'Met de organisatie van de Olympische Spelen als stip aan de horizon en tal van doelstellingen en ambities daaronder. Van Nederland een écht sportland maken, bijvoorbeeld. Dat is nu niet anders. De ambities (Top10 en Plus10) zijn gebleven en we voeren ook gewoon de Sportagenda 2016 uit. Ik vond wel dat we als organisatie moeten oppassen dat we zonder het Olympisch Plan niet een heel andere kant opschieten. We hadden behoefte aan een nieuw verhaal rond de vraag waar NOC*NSF voor staat. Maar wel consistent.'

In de nieuwe positionering wordt benadrukt hoezeer de sport van positieve invloed is op de economie, innovatie, gezondheid, sociale cohesie, nationale trots, opvoeding en normen en waarden. 'Het mooie is dat iedereen daarbij zijn eigen verhaal kan vertellen,' aldus Dielessen. Die verhalen zijn dan ook belangrijk in de campagne op radio, tv en geprinte media. Op posters vertellen toppers wat zij winnen met sport, zoals Nicolien Sauerbreij ('Ik heb zoveel lol') en Esmé Kamphuis ('Na elke afdaling voel ik me superman'). Facebook wordt ingezet als platform om het grote publiek bij We winnen veel met sport te betrekken door zelf een poster te maken. Zo moet een vrolijk palet ontstaan van mensen die ook allemaal winnen met sport.

De ondertoon van de campagneteksten zijn echter niet zo vrolijk: 'Als we de relevatie van de sport niet kunnen aantonen, zullen de bezuinigingen structurele gevolgen voor de sport hebben.' En ook: 'Sport is van onschatbare waarde voor Nederland, maar die waarde wordt onvoldoende gezien.'

De recessie, gemeentelijke bezuinigingen en teruglopende inkomsten uit sponsoring en de Lotto worden gevoeld in de sport. Bij de Algemene Vergadering van NOC*NSF in mei 2013 riep voorzitter André Bolhuis de sportwereld op 'één front te vormen' in de aanloop naar de lokale verkiezingen in het voorjaar van 2014. De plannen voor de nieuwe wet op de kansspelen (WOK) noemde hij 'een bijl aan de wortel van de sport' als de bestaande loterijen zoals De Lotto niet heel goed beschermd zouden worden.

De toon bij NOC*NSF leek, alles bij elkaar, verscherpt in 2013. Dielessen spreekt liever van 'urgenter'. Dat was zeker zo bij de lobby die NOC*NSF voerde rond de WOK. 'Er staat niet heel veel over sport in het regeerakkoord, maar wel één belangrijke zin. Namelijk, dat de meeropbrengsten volgens die nieuwe wet naar de sport dienen te gaan. Daar houden we het kabinet ook aan. We hebben een harde lobby gevoerd toen we zagen hoe die nieuwe wet eruit ging zien. Dat gaat grote gevolgen hebben voor de loterijen. De Lotto-gelden zullen nog verder onder druk komen te staan en daarmee ook de financiering van de sport. Daar zijn we inderdaad hard ingegaan.'

'Zonder adequate versterkingsmaatregelen is de nieuwe wet inderdaad een bijl aan de wortel van de sport. Dat geldt voor alle goede doelen, want er wordt zo'n 750 miljoen euro opgehaald voor goede doelen, waarvan ongeveer tussen de 40 en 50 miljoen naar de sport gaat. Zou de wet zo worden ingevoerd zoals die er nu ligt - zonder aanvullende maatregelen - dan kost de gemiddelde contributie bij een sportclub straks geen 200 maar 400 euro per jaar. Dan gaan veel minder mensen sporten met alle gevolgen.'

'Gemeenten bezuinigen op sport en dat heeft met name zijn weerslag op het accommodatiebeleid. Nu is het absorptiegehalte van de sport heel hoog. Als er minder geld is gaan leden zelf aan de slag om het clubhuis te schilderen. Dat is ook helemaal niet erg en er valt nog wel wat te winnen met betere efficiency en nieuwe verdienmodellen. Maar dat kent wel een ondergrens.'

'Daar komt bij,' vervolgt Dielessen, 'dat we als sport echt niet alleen onze hand ophouden en tegen de overheid zeggen: regel het maar. Dat kan natuurlijk ook niet. We hebben onze eigen verantwoordelijkheid en van daaruit zijn we afgelopen jaar ook gaan nadenken over de vraag hoe we de sport over tien jaar hebben ingericht. Daarvoor heb ik een werkgroep met een aantal bondsdirecteuren in het leven geroepen. De werkgroep 'Schiphol in Zee' moet een toekomstperspectief schetsen. Waar willen we dat het naartoe gaat?'

Nu al weet Dielessen met zekerheid dat de inrichting van de sportwereld er over tien jaar anders uit ziet. 'We kennen dan geen 76 sportbonden meer, dat kan niet meer.' Vergaande samenwerking van bonden is nodig om sport een duurzame positie te geven, stelt hij. 'Er zijn landen die alleen aan topsport doen, de breedtesport mag het zelf uitzoeken. Wij hebben dat mooie model waarin het juist hand in hand gaat. Daar moeten we trots en zuinig op zijn. Maar bonden en verenigingen moeten zich wel meer gaan opstellen als ondernemer en nieuwe diensten en producten aanbieden.'

Hij noemt de Klim- en Bergsportbond als voorbeeld waar dat al gebeurt. 'Het is gewoon een bedrijf en daar is niks mis mee. Die komen hun hand niet ophouden, maar vinden zelf sponsors. Gelukkig hebben meer bonden de goede afslag op de rotonde genomen. Maar ik heb ook zorgen. De tennisbond en de zwembond hebben het niet gemakkelijk. Ze kunnen al jaren geen sponsors vinden en het ledenaantal loopt (langzaam) terug. Dan moet je kijken naar nieuwe modellen. Gelukkig is de bereidheid daartoe de afgelopen jaren duidelijk groter geworden.'

Sportverenigingen vertegenwoordigen bij uitstek maatschappelijke waarden. Dielessen ziet tot zijn plezier de vernieuwingen die clubs inzetten. 'Al is het nog veel te weinig.' Op de vraag of NOC*NSF lokaal niet van meer betekenis kan zijn, zegt hij: 'Dat willen we wel, maar onze organisatie is beperkt en er zijn zo'n 400 gemeenten. We zoeken daarom samenwerking met organisaties als VNG, G32 en VSG et cetera. Bovendien zijn we als NOC*NSF ook een kenniscentrum, dat we in dienst stellen van lokale sportraden. Public Affairs richt zich daar met name op en we hebben de afdeling opgetuigd met meer externe deskundigen.'

'Onze taak verbreedt zich. Er gaat hier zoveel over de burelen, van de inrichting van de groene ruimten tot accijnzen en CO2-uitstoot. We hebben net de kerntakendiscussie achter de rug, terwijl er van alles bij ons over de schutting zeilt. We moeten oppassen. Toch is het niet raar dat we als NOC*NSF een rol spelen bij de bundeling van al die thema's.'

In een paar jaar, ziet Dielessen, is er zo veel veranderd bij NOC*NSF. 'Omdat de samenleving verandert. Mensen willen zich niet meer binden en jaar na jaar contributie betalen om aan een sport te doen. Ze doen aan cherry picking. Laten we dit eens doen, laten we daar eens kijken. Maandje Netflix, maandje Sport1. Daar moet de sport op inspelen. Dat je ook eens een rondje kan golfen op een andere baan zonder daarvoor de hoofdprijs te moeten betalen als je ergens anders al lid bent, bijvoorbeeld. Bonden en clubs moeten zich ook over die mensen ontfermen. Niet van: wegwezen, je bent geen lid. Die tijd is voorbij.'
Deel dit via:

NOC*NSF

Twitter Facebook YouTube