Voorpagina Telegraaf Boogerd Bekent 150x100 De donkere kant van sport

20 mei 2014
8. Marcel Wintels: 'Dit was hard nodig'

In het Nederlandse profwielrennen is sprake van een dopingcultuur, die sinds de jaren '60 van de vorige eeuw van generatie op generatie is overgedragen. Tot die conclusie kwam de onderzoekscommissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager in het rapport 'Meedoen of stoppen', dat op 17 juni werd gepresenteerd.

Bekijk een video van de NOS over de presentatie van het rapport:

 
'We wisten dat er het een en ander mis was,' reageerde voorzitter André Bolhuis van NOC*NSF. Evengoed noemde hij de conclusies in het rapport 'ronduit schokkend'. Ook voorzitter Marcel Wintels van wielerunie KNWU sprak van een 'eerlijk, realistisch en pijnlijk' rapport. Hij had zelf aangedrongen op het onderzoek, overtuigd dat de oplossing van het probleem begint bij de erkenning. NOC*NSF en de wielerunie namen samen het initiatief tot het instellen van de commissie, die behalve Sorgdrager bestond uit sportarts Edwin Goedhart en hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg.

Aanleiding was de situatie in het najaar van 2012 toen de bom barstte rond Lance Armstrong. 'Dat leidde,' blikt Wintels terug, 'publicitair overal tot een heksenjacht op individuele renners. Barbertje moest hangen. We wilden als KNWU juist boven water krijgen wat die onderstroom is. We wilden die cultuur in beeld krijgen.'

Het beeld dat de commissie schetste van het Nederlandse profpeloton (mannen) was niet mals. Tot op de dag van vandaag groeien jonge renners op in de traditie dat 'soigneren' nodig is en dat overtredingen van de dopingregels geen vals spel is. Het past allemaal in de voorbereiding op een topprestatie. In de vorige eeuw zat de meerderheid van de renners structureel aan de dope bij belangrijke koersen. Toen in de jaren '90 EPO werd geïntroduceerd in het peloton, nam dit verder toe. 'Niet alleen om te kunnen winnen maar om überhaupt mee te komen in het peloton, zag in de hoogtijdagen van EPO veruit de meerderheid van de renners het gebruik als een noodzaak,' schrijft de commissie. Het was meedoen of stoppen.

Er was in 2013 veel te doen over doping. Lance Armstrong bekende zijn dopingverleden bij Oprah Winfrey, enkele maanden nadat het Amerikaanse antidopingbureau USADA een rapport uitbracht waarin jarenlang en structureel gebruik van EPO en andere verboden producten werd aangetoond. Hij raakte zijn zeven zeges in de Tour de France kwijt. Ook liepen vijf sprinttoppers uit Jamaica tegen de lamp, onder wie Asafa Powell. (Veronica Campbell-Brown werd later vrijgesproken). In Duitsland werd onthuld dat ook in de Bondsrepubliek in de jaren '60 en '70 sprake was een structureel dopingsysteem. Niet alleen in de DDR dus.

In eigen land verdween Rabobank begin 2013 als sponsor uit het profpeloton. Na het USADA-rapport was de maat vol, stelde de bankleiding. In de maanden daarna verschenen meerdere publicaties over georganiseerde doping in het verleden bij de Raboploeg. 'De Nederlandse profploegen kwamen samen met de KNWU en de Dopingautoriteit begin 2013 met een convenant, waarbij profrenners n strafvermindering konden krijgen in ruil voor een bekentenis. Dat leverde echter weinig op.

De commissie Sorgdrager voerde op vertrouwelijke en anonieme basis gesprekken met tientallen renners, ploegleiders, managers, begeleiders, dopingdeskundigen en journalisten. 'Iedereen,' concludeerde de commissie, 'die betrokken was bij het profwielrennen eind jaren '90 wist of had kunnen weten van doping'. En dat gold ook voor de sportpers, sponsoren en het grote publiek.

Slecht imago of niet, wielrennen bleef ongemeen populair. 'Het is nu eenmaal een sport van iedereen,' zegt Wintels. 'Wielrennen is nabij, aanraakbaar, als het leven zelf. Met vallen en opstaan dus en helaas ook met list en bedrog. Mensen zijn ook daardoor gefascineerd. De sympathie gaat vaak uit naar de gevallen helden.' Daarmee doelt hij niet op renners die verboden middelen gebruiken. 'Vals spelen kan nu echt niet meer, de profs zélf laten zich kritisch uit over renners die toch gebruiken. De cultuur is aan het veranderen, het is niet langer gewoon dat iemand zich niet aan de spelregels houdt. Al hou je natuurlijk altijd spelbrekers. Waar je naartoe wilt is dat het uitzonderingen zijn. Dat 95 of liever 99 procent zich houdt aan eerlijk fietsen.'

Ook de commissie stelde die verandering vast, al sprak ze voorzichtiger van 'het begin van een cultuurverandering', die werd ingezet na 2008 toen nieuwe maatregelen werden ingevoerd zoals het biomedisch paspoort, out-of-competition controles, de no needle policy en een systeem van whereabouts.

Hoe diep de wielersport ook door het stof ging in juni 2013, enkele weken later al sloeg de stemming om. Met dank aan Lau en Bau in de Tour de France. 'Dat hielp natuurlijk enorm,' zegt Wintels ook. 'Het is die mooie kant van het wielrennen. Ze lieten ons genieten met alle emoties, ook die van het nét niet halen. Laurens ten Dam en Bauke Mollema zijn dan ook vaandeldragers van schone sport. Met deze kanttekening dat in september Chris Horner de Vuelta d'Espagna won. Want hoe kon dat nu weer, iemand van 42 jaar? Die vraag blijft altijd op de achtergrond.'

Sterk afhankelijk van sponsors zit haar imago de wielersport dwars. Wintels: 'Daar kun je niet omheen. Al heeft de hele sport het moeilijk, in het wielrennen heeft het dopingverhaal het bedrijfsleven kopschuw gemaakt. Toch zeg ik: als er ooit een moment was om in te stappen... Anderhalf miljoen mensen zitten op een racefiets, ze identificeren zich er graag mee. Of ze nu zelf fietsen of thuis voor de buis genieten van Niki Terpstra.'

Onder zijn collega's bij de internationale wielerfederatie UCI werd verschillend gereageerd op het onderzoek in Nederland. 'De ene bond,' zegt Wintels, 'vroeg zich af waar het goed voor was. Andere waren het met ons eens, met name de Australische en enkele West-Europese bonden. Het aardige is dat we in 2012 bij de UCI hadden aangedrongen op een internationaal onderzoek met dezelfde insteek. Voorzitter Pat McQuiad hield het af. Dan doen we het nationaal wel, zeiden we toen.' In het najaar van 2013 werd McQuiad opgevolgd door Brian Cookson, met steun van de KNWU. 'Hij pikte het wel op. Er is een internationale onderzoekscommissie in het leven geroepen, de voorzitter is al bij ons op bezoek geweest. We merkten dat hij vol lof was over onze aanpak.'

De KNWU is inmiddels aan de slag gegaan met de aanbevelingen die 'Sorgdrager' doet. Om tot een cultuurverandering te komen moet het aantal controles worden uitgebreid, ook onder jonge renners ('beloften'). Ook doet de commissie de aanbeveling dat die controles worden uitgevoerd door een onafhankelijk agentschap. 'Dat is ook waar de UCI nu op aanstuurt,' aldus Wintels. Samen met NOC*NSF wil de wielerunie een vertrouwenspersoon of ombudsman. 'Dat is iets voor de hele sport. Het gaat daarbij niet alleen over doping, maar ook over zaken als seksuele intimidatie, veiligheid en matchfixing.'

Is de wielersport er nu sterker uitgekomen? 'Ik denk het wel,' zegt Wintels. 'Al snap ik individuele profrenners uit die tijd ook wel, die voelen dat ze als barbertje moesten hangen. Maar voor de sport als geheel was dit onderzoek hard nodig; het blootleggen en onder ogen willen zien van de problemen om tot die noodzakelijke cultuurverandering te komen. Hadden we in het verleden als KNWU kritischer moeten zijn? Ja, op veel punten wel. We zijn te lang niet kritisch op onszelf geweest. En dan heb ik het over de wielergemeenschap als geheel.'
Deel dit via:

Matchfixing

Matchfixing komt ook in Nederland voor, al is de schaal beperkt. Tot die conclusie komen de onderzoekers Toine Spapens (Universiteit van Tilburg) en Marjan Olfers (VU) in samenwerking met accountantsbureau Ernst&Young. Volgens hun rapport 'Matchfixing in Nederland' denkt 27 procent van de ondervraagde scheidsrechters dat manipulatie zich in hun omgeving heeft voorgedaan. Acht procent kent iemand die is benaderd om de uitkomst van een wedstrijd te beïnvloeden. Vier procent had er ooit zelf mee te maken.

Behalve de commissie Sorgdrager (doping) kwam in 2013 ook het onderzoek naar matchfixing mede op initiatief van NOC*NSF tot stand. Het ministerie van VWS gaf de opdracht. 'Over matchfixing werd veel gesproken, maar van de omvang wisten we eigenlijk niks. Daar hebben we nu een beeld van,' aldus Gerard Dielessen, algemeen directeur NOC*NSF.

'De sportcultuur in Nederland blijkt niet heel erg ontvankelijk, maar matchfixing bestaat dus wel. Doen we er niks aan, dan kan het ook echt een bedreiging gaan worden. We kijken nu welke maatregelen we kunnen nemen op het gebied van preventie en signalering. Dat is aan de stuurgroep Integriteit en Sport. Ook de KNVB steekt er veel energie in, omdat matchfixing vooral rond het voetbal plaatsvindt.'

NOC*NSF

Twitter Facebook YouTube