Van Tuyll-Beker 200x150 NOC 1920-1922 1922

NOC 1920-1922

1920-21
Het IOC besluit in juni 1921 om de organisatie van de Olympische Spelen 1928 in handen van Amsterdam te geven. Het NOC heeft de volgende reactie: 'Zonder voorbehoud mogen we dit geen lichtpunt noemen; mochten autoriteiten en publiek niet beseffen van hoe groote waarde dit besluit kan zijn voor de propaganda der lichamelijke opvoeding van ons land en van welke beteekenis het kan worden als middel om meer bekendheid en waardeering voor ons volk over de geheele wereld te verspreiden, dan zou het bij de schaduwzijden van 1921 moeten worden gevoegd. We zijn te dezen opzichte echter optimistisch.'

Een van de voornaamste slachtoffers van de bezuinigingsgolf die over Nederland trekt is het te bouwen Centraal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding. De Tweede Kamer weigert daarvoor de benodigde gelden te verstrekken. Het NOC vindt het 'een slag voor onze beweging'. Waarom, zo vraagt het zich af, zijn er in het verarmde Duitsland wel financiën voor een dergelijk instituut? De actie van het NOC tegen de zondagswet heeft succes. Het ontwerp wordt eerst ingrijpend gewijzigd en verdwijnt vervolgens van tafel.

De Vereeniging De Nederlandsche Padvinders verlaat het NOC van wege 'zware financiële zorgen'. Daartegenover staat de komst van de Nederlandsche Schaatsenrijdersbond. Bij de nieuwe contributieregeling betalen de Voetbalbond 500 gulden, 'Nimrod' 200 gulden, de ANWB en de Militaire sportvereeniging ieder 100 gulden en de overige aangesloten bonden ieder 50 gulden. Pieter Scharroo krijgt de functie van tweede voorzitter, die sinds het vertrek van jhr. Six vacant is geweest.

Voor het eerst organiseert het NOC een vijfkamp voor onderofficieren. Het rijk verleent hiervoor een subsidie van 500 gulden.

1921-22
Het NOC viert in 1922 zijn tweede lustrum. Zijn er in die tien jaar grote werken tot stand gebracht? Het NOC vindt dat het daar niet op kan bogen. Wel meent de sportkoepel dat het na moeizaam tasten en zoeken de grondslagen heeft gelegd voor de verdere opbouw van de lichamelijke opvoeding van het Nederlandse volk. 'Het uitgestrooide zaad ligt in den akker te ontkiemen, maar velen zullen wel beweren dat er niets is zoolang zij het wuivend graan niet zien.'

Bonden en verenigingen bieden ter herdenking van het tienjarig bestaan van het NOC hun voorzitter, baron Van Tuyll, een beker aan ten teken van waardering. Van Tuyll maakt hiervan een eeuwigdurende wisselbeker, door het NOC-bestuur uit te reiken aan de bond die naar zijn oordeel in een jaar de beste prestatie levert. De bokaal gaat voor het jaar 1921 naar de Nederlandsche Roeibond. Kijk hier voor alle winnaars.

In de periode 1914 tot 1922 hebben 1339 personen meegedaan aan de Vaardigheidsproeven. Van hen zijn er 389 geslaagd. Als nieuwe leden van het NOC worden verwelkomd: de Koninklijke Nederlandsche Motorwielrijders Vereeniging en de Koninklijke Nederlandsche Motorboat Club. De aanvraag van de Nederlandsche Biljartbond wordt afgewezen omdat deze 'buiten het kader van de lichamelijke opvoeding staat.'

Het NOC onderzoekt welke politieke partijen in hun programma de bevordering van de volksgezondheid door middel van sport en lichamelijke opvoeding, de aanleg van terreinen en dergelijke voorstaan. Alleen de SDAP, de Vrijheidsbond en de Staatspartij voor Volkswelvaart geven antwoord.

Ten behoeve van de Spelen in 1928 in Amsterdam wordt een voorlopige organisatiecommissie in het leven geroepen onder voorzitterschap van Van Tuyll. Een voorlopige propagandacommissie wordt aangevoerd door C.A.W. Hirschman. De geldinzameling voor de Spelen komt op gang. De Voetbalbond opent de rij schenkers met een gift van 3500 gulden.

Het NOC stelt een Commissie ter bevordering van de lichamelijke oefening van de schooljeugd in.

Bron:

  • Kroniek Olympische Spelen, NOC 75 (Elsevier 1987)

Reageer op dit bericht

Naam
E-mail
Reactie
Deel dit via: