Innsbruck 1964

Innsbruck 1964
Plaats: Innsbruck, Oostenrijk
Datum: 29 januari-9 februari 1964
Aantal deelnemende landen: 36
Aantal deelnemende atleten: 1.091, van wie 200 vrouwen
Officieel geopend door: Dr. Adolf Schärf, president van Oostenrijk
Olympische eed afgelegd door: Paul Aste (bobsleeër)
Laatste fakkelloper: Joseph Rieder (alpineskiër)
Aantal Nederlandse deelnemers: 6, van wie 1 vrouw
Nederlandse vlaggedrager: Ard Schenk (schaatser)

Markant succes was er voor de Franse zusjes Christine en Marielle Goitschel. Christine won de slalom met Marielle op de tweede plaats; op de reuzenslalom was de volgorde precies andersom. Het populaire en favoriete Westduitse kunstrijpaar Marika Kilius en Hansjürgen Bäumler had zijn dag niet in Innsbruck en verloor tegen alle verwachtingen in van het Russische zwierduo Belousova/Protopopov. En dat terwijl al bij de Oostenrijkse ijshal ansichtkaarten verkrijgbaar waren met daarop de tekst 'Kilius-Bäumler Olympiasieger'. Bovendien gelastte het IOC een onderzoek naar het gedrag van het tweetal omdat het al voor de Spelen een profcontract zou hebben getekend, wat toen in strijd was met de IOC-amateurregels.

Op aanwijzing van het Westduitse IOC-lid Daume gaven Kilius-Bäumler daarop eigenhandig hun zilveren medailles terug. In de jaren tachtig ging het IOC ruimer denken over de amateurparagraaf en in 1987 overhandigde diezelfde Daume de zilveren medailles weer aan Kilius-Bäumler. In de IOC-notulen wordt hierover echter niet gerept.

Uitermate sportief toonde zich de Italiaanse bobber Eugenio Monti. Al acht keer was hij wereldkampioen geweest in de twee- en vierpersoonsbob, wat hem nog ontbrak was een gouden Olympische medaille. In 1956 eindigde hij als tweede in de tweepersoonsbob, in 1960 waren er geen Olympische bobraces geweest, omdat de Amerikanen het vertikt hadden een bobbaan aan te leggen. Nu moest het dan gebeuren.

Maar Monti stuitte op sterke Britse tegenstand. Het duo Nash-Dixon leidde na drie van de vier races met kleine voorsprong. In de laatste rit leken zij echter niet te kunnen starten: er was een schroefbout van hun bob afgebroken en ze hadden geen reserve-exemplaar. Toen Monti ervan hoorde, haalde hij zonder dralen de bout uit zijn eigen bob en gaf die aan de Britten die er vervolgens mee naar de Olympische titel stoven. Maar de goden op de Olympus vergaten de Italiaan niet. In 1968 werd hij, met enig geluk, alsnog Olympisch kampioen.
Voor Nederland was er voor het eerst goud bij de Winterspelen: Sjoukje Dijkstra sprong en danste met grote overtuiging naar de Olympische titel. Een echte verrassing was het niet, want in de voorafgaande twee jaar was ze al wereldkampioene geweest. Een grote surprise daarentegen was wel de zilveren medaille die de internationaal nog volkomen onbekende Kees Verkerk wegkaapte op de 1500 meter. Slechts 0.3 sec kwam hij tekort om de Rus Antson het goud te ontfutselen. Op een onopvallende 13de plaats eindigde een rijder die nog veel van zich zou laten horen: Ard Schenk. Wil de Beer was de eerste Nederlandse schaatsenrijdster die aan Olympische Winterspelen deelnam.

Medaille overzicht

1. Sovjet-Unie 11 8 6
2. Oostenrijk 4 5 3
3. Noorwegen 3 6 6
4. Finland 3 4 3
5. Frankrijk 3 4 0

Nederland 1 1 0

Nederlandse erelijst

Goud (1)
Sjoukje Dijkstra (kunstrijden)

Zilver (1)
Kees Verkerk, 1500 meter (hardrijden o/d schaats)

Brons (0)