Torino 2006

Torino 2006
Plaats: Turijn
Datum: 10-26 februari 2006
Aantal deelnemende landen: 84.
Aantal deelnemende atleten: 2508, van wie 996 vrouwen.
Officieel geopend door president Carlo Azeglio Ciampi van Italië.
Olympische eed afgelegd door: Giorgio Rocca (skiën)
Laatste fakkelloper: Stefania Belmondo (langlaufen).
Aantal Nederlandse deelnemers: 35, van wie 19 vrouwen.
Nederlandse vlaggendrager: Jan Bos (schaatser).

In Italië voldeed de Olympische equipe aan de verwachtingen van NOC*NSF: de acht medailles van Salt Lake City plus één. En net als in 2002 werd er drie keer goud gedolven. Waar echter de oogst vier jaar eerder uit vijf zilveren plakken bestond, sleepte Oranje nu twee keer zilver en vier keer brons uit het vuur. Sportdirecteur Marcel Sturkenboom plaatste nog wel kanttekeningen: "Onze eis voor afvaardiging is een reële kans op een plaats bij de toptien. We hebben het in de klasseringen vier tot en met tien minder gedaan dan vier jaar geleden."
Podium 10km: Verheijen, De Jong, Hedrick
Prachtige revanche Timmer en De Jong
De schaatsploeg was in zijn geheel verantwoordelijk voor het binnenhalen van de medailles. De piepjonge Ireen Wüst verraste vriend en vijand door de 3.000 meter te winnen. Renate Groenewold maakte, hoewel ze zelf diep teleurgesteld was over het missen van de hoofdprijs, het Nederlandse succes compleet door het zilver te grijpen.

De mooie Olympische herinneringen van Bob de Jong en Marianne Timmer dateerden al van acht jaar terug. Waar ze in Nagano met zilver (De Jong) en twee keer goud (Timmer) in feeststemming huiswaarts waren gekeerd, wilde het in Salt Lake City niet lukken. De revanche volgde evenwel in Turijn. De Jong bleek een klasse apart op de 10.000 meter en Marianne Timmer won, na een diskwalificatie op de 500 meter, glorieus de dubbele afstand.

Op het nieuwe schaatsonderdeel, de ploegenachtervolging, kwamen de vrouwen er niet aan te pas, maar veroverde de mannenploeg brons. Een val in de halve finale van Sven Kramer gooide roet in het eten in de jacht op het gehoopte goud. Drie leden van de achtervolgingsploeg luisterden op de individuele nummers hun toernooi wel met eremetaal op: Kramer pakte zilver op de 5.000 meter, Erben Wennemars brons op de 1.000 meter en Carl Verheijen schaatste op de 10.000 meter naar het brons. Tijdens de ploegenachtervolging zorgde Rintje Ritsma voor een Nederlands record: hij nam voor de vijfde keer deel aan de Winter Spelen.

Bij de andere sporten deed Nederland niet mee in de bovenste regionen. Snowboardster Nicolien Sauerbreij verspeelde op de parallel reuzenslalom een grote voorsprong en sneuvelde in de achtste finales. Op de halfpipe eindigde Cheryl Maas, die als vierde uit de voorronde was gekomen, als elfde. Bij het shorttracken kwam de beste prestatie van Cees Juffermans. Door een fout van een tegenstander viel hij echter in de halve finale en omdat Juffermans vergat over de finishlijn te schaatsen, kon hij niet alsnog aan het finaleveld worden toegevoegd. Bij het bobsleeën wist geen van de Nederlanders potten te breken. De elfde plaats van Eline Jurg en Kitty van Haperen in de tweemansbob was de hoogste notering.

Medailleoverzicht

1. Duitsland 11 12 6
2. Verenigde Staten 9 9 7
3. Oostenrijk 9 7 7
4. Rusland 8 6 8
5. Canada 7 10 7

10. Nederland 3 2 4 (ex aequo met Frankrijk)

Nederlandse erelijst

Goud (3)
Ireen Wüst, 3000 meter (hardrijden o/d schaats)
Marianne Timmer, 1000 meter (hardrijden o/d schaats)
Bob de Jong, 10000 meter (hardrijden o/d schaats)

Zilver (2)
Sven Kramer, 5000 meter (hardrijden o/d schaats)
Renate Groenewold, 3000 meter (hardrijden o/d schaats)

Brons (4)
Erben Wennemars, 1000 meter (hardrijden o/d schaats)
Ireen Wüst, 1500 meter (hardrijden o/d schaats)
Carl Verheijen, 5.000 meter (hardrijden o/d/ schaats)
Mannen ploegenachtervolging (hardrijden o/d schaats)