Los Angeles 1984

Los Angeles 1984
Achtergrond
Voor de derde achtereenvolgende keer werden de Spelen getroffen door een boycot. Wat velen al voorzien hadden, gebeurde: de Sovjet-Unie zag af van deelname en in haar spoor volgde het gehele Oostblok, met uitzondering van het eigenzinnige Roemenië en Joegoslavië.

Als argument werd aangevoerd dat de veiligheid van haar atleten in Los Angeles niet kon worden gewaarborgd. Nu was de anti-Russische stemming in Amerika ook onmiskenbaar, maar algemeen werd aangenomen dat dit het antwoord van het Oostblok was op de Amerikaanse boycot van Moskou.

Toen het IOC in 1978 de organisatie van de Spelen van 1984 aan de orde stelde, had zich slechts één stad kandidaat gesteld: Los Angeles. Het financiële debacle van Montreal in 1976 lag de wereld nog te vers in het geheugen.

Er viel voor het IOC dus niets te kiezen of te eisen en Los Angeles maakte van dat feit gebruik om de Spelen geheel naar eigen inzicht in te richten. Voor het eerst kwam de organisatie in handen van particulieren (een consortium van zakenlieden) en niet in die van een stadsbestuur.

Met 'Los Angeles' kwamen de Spelen in de greep van de professionalisering en met name in de combinatie televisie-commercie. Grote sponsors deden hun intrede en zouden niet meer van het toneel verdwijnen.

Hoewel het IOC steeds zei dat het op inkrimping van de Spelen uit was, nam het programma steeds verder toe. In L.A. kwamen er weer zestien onderdelen bij, waarvan dertien voor vrouwen waren bestemd. Daaronder behoorden: de marathonloop, 400 m horden en 3000 m, ritmische gymnastiek, kunstzwemmen en de wegwedstrijd bij het wielrennen.

Door de afwezigheid van vele toplanden, konden de Spelen van 1984, evenals die van 1980, niet voor vol worden aangezien, ondanks vele hoogwaardige prestaties. Zwemmen, turnen, worstelen, wielrennen, roeien en gewichtheffen leden zeer onder de afwezigheid van de Oostbloklanden.

Het begin van een fenomeen: Carl Lewis

Atleet van de Spelen was de Amerikaan Carl Lewis die met zijn vier gouden medailles (100 m, en 200 m, 4 x 100 m en verspringen) in de voetsporen trad van de legendarische Jesse Owens. Zijn landgenote Joan Benoit won met grote voorsprong de eerste Olympische marathon voor vrouwen.

Van de vijftig vrouwen die waren gestart bereikten 44 de finish. Een bewijs dat vrouwen die afstand goed aankonden. Toch ging de discussie later voornamelijk over de manier waarop de Zwitserse Gabrielle Andersen de eindstreep bereikte.
Zij verkeerde in de laatste paar honderd meters in een staat van totale uitputting, met spastische bewegingen bewoog zij zich voort. Later bleek dat zij, door onderweg te weinig te drinken, aan uitdroging had geleden.

Voor de tweede keer won de Brit Daley Thompson de tienkamp. Op het slotnummer, de 1500 m, kwam hij 0.2 sec. tekort voor een nieuw wereldrecord. Twaalf jaar na haar gouden medaille in München was de Westduitse Ulrike Meyfarth opnieuw de sterkste bij het hoogspringen.
Nederland verrast met veel medailles
Een veelbesproken incident deed zich voor bij de 3000 m vrouwen. Torenhoog favoriete was de Amerikaanse Mary Decker, maar na 1700 m kwam zij plotseling ten val. Het leidde bij haar tot een uitbundige huilbui. Zij wees de 18-jarige, op blote voeten lopende Britse Zola Budd als de schuldige voor haar val aan. Videobeelden toonden dat echter niet aan.

Nederland kwam een stuk beter voor de dag dan vier jaar tevoren in Moskou, in sommige gevallen profiterend van de afwezigheid van het Oostblok. Met haar laatste worp verwierf Ria Stalman de Olympische titel bij het discuswerpen. Jolanda de Rover en Petra van Staveren wonnen goud op resp. de 200 m rugslag en de 100 m schoolslag. Stephan van de Berg was na een zenuwslopende wedstrijd de sterkste plankzeiler.

De hockeyvrouwen werden na een moeizaam begin overtuigend Olympisch kampioen. Een opmerkelijke prestatie leverden de roeisters Greet en Nicolette Hellemans. Ze werden tweede in de dubbel-skiff en later op de dag derde met de acht.

De wereld van 1984
Wat zich in 1980 in Moskou had afgespeeld kreeg een staartje in Los Angeles. Aanvankelijk wees niets er op dat het communistische blok de toezegging om deel te nemen niet zou nakomen. Toch haakten deze landen nog op het allerlaatste af, ongetwijfeld uit rancune vanwege de eerdere boycot onder leiding van Amerika. Maar ook in dit geval gingen de Spelen gewoon door.

De wegblijvers, die ook afkomstig waren uit Afrikaanse en Aziatische landen, moesten naderhand wel tot de conclusie komen dat zijzelf het meest getroffen waren.

Medailleoverzicht

Goud Zilver Brons
1. Verenigde Staten 83 61 30
2. Duitsland (West-) 17 19 23
3. Roemenië 20 16 16
4. Canada 20 16 17
5. Groot Brittannië 5 11 21

14. Nederland 5 2 6

Nederlandse erelijst

Goud (5)
Dames hockeyers
Stephan van den Berg (plankzeilen)
Jolanda de Rover (200m rugslag, zwemmen)
Ria Stalman (discuswerpen, atletiek)
Petra van Staveren (100m schoolslag, zwemmen)

Zilver (2)
Dames estafetteploeg (4 x 100m vrije slag, zwemmen)
Greet en Nicolette Hellemans (dubbel-twee, roeien)

Brons (6)
Dames 8 roeiploeg (roeien)
Annemiek Derckx (kanovaren)
Jolanda de Rover (100m rugslag, zwemmen)
Arnold Vanderlijde (zwaargewicht, boksen)
Annemarie Verstappen (100m vrije slag, zwemmen)
Annemarie Verstappen (200m vrije slag, zwemmen)