Seoul 1988

Seoul 1988
Achtergrond
Olympische Spelen in Zuid-Korea. Spelen in een land waar de mensenrechten niet hoog in het vaandel stonden en dat ook nog eens op voet van oorlog leefde met zijn communistische buurman Noord-Korea.

De wereld schudde het hoofd over het besluit van de IOC-kardinalen om Seoul de voorkeur te geven boven de andere kandidaat, het Japanse Nagoya. Maar het bleek allemaal zeer mee te vallen.

Weliswaar bleven de Hoekse en Kabeljauwse twisten tussen Noord- en Zuid-Korea tot het begin van de Spelen voortduren, maar behoudens enkele opmerkelijke scheldpartijen deden zich geen incidenten voor.

De pogingen van Noord-Korea om de communistische landen tot een boycot van Seoul aan te zetten mislukten grotendeels. Alleen Cuba, Ethiopië, Albanië, Nicaragua en de Seychellen bleven weg.

De Nederlandse ploeg die zelden tijdens een Olympisch defilé pleegt op te vallen, zag nu aller blikken op zich gericht door het meevoeren van een oranje paraplu met daarop in Koreaanse karakters een groet aan het volk van het organiserende land.

Carl Lewis en Ben Johnson bepalen de Spelen
Wat het hoogtepunt van de Spelen had moeten worden, de finale 100 m met de matadoren Carl Lewis (V.S.) en Ben Johnson (Canada), werd in feite het dieptepunt.
Johnson liet de wereld versteld staan met zijn winnende tijd: 9.79. Nog nooit was er op aarde zo snel gelopen. Maar bij de dopingcontrole viel hij pijnlijk door de mand. Wat velen al eerder als vermoeden hadden uitgesproken, kwam nu uit: de Canadees was een fervent gebruiker van anabole steroïden. Het goud ging alsnog naar Carl Lewis, die ook het verspringen won.

Bij de dames baarde de Amerikaanse sprintster Florence Griffith opzien. Niet alleen door haar supersnelle tijden op de 100 m (10.54) en 200 m (21.34), maar ook door haar opvallende wedstrijdkleding en haar nagels van meer dan tien centimeter lengte.

Met geweldig enthousiasme werd in Turkije de overwinning gevierd van gewichtheffer Naim Suleymanoglü, met zijn 1.60 m een Hercules-in-zakformaat. Suleymanoglü was geboren in Bulgarije en behoorde tot de Turkse minderheid in dat land. Hij was onvoorstelbaar sterk. Al op 15-jarige leeftijd kon hij zich meten met de sterkste volwassen gewichtheffers. Toen het Bulgaarse regime de Turkse minderheid hard begon aan te pakken en Suleymmanoglü dwong zijn naam te verbulgaarsen nam hij na een toernooi in het buitenland de wijk naar Turkije. Daar werd hij met open armen ontvangen. Voor Turkije mocht hij pas op de Spelen uitkomen nadat dat land een miljoen dollar had overgemaakt naar Sofia.

In Seoul was hij een klasse apart. Zijn totaal van 342,5 kg was zelfs nog hoger dan dat van de winnaar van de eerstvolgende gewichtsklasse. In een regeringsvliegtuig werd hij terug naar Turkije gevlogen waar hem een heldenontvangst wachtte. Tot de geschenken die hij kreeg behoorde een gemeubileerd huis en een verdubbeling van zijn salaris. Een bank schonk hem 342 1/2 gouden munten, zijnde het totaal dat hij in Seoul omhoog had getild.

Twee zwemmers staken met kop en schouders boven de rest uit: de Amerikaan Matt Biondi die zeven medailles veroverde waarvan vijf gouden en het Oostduitse goudvisje Kristin Otto, dat de zes keer dat zij te water ging steeds met het hoogste eremetaal boven kwam.

Voor Otto hadden de Spelen van 1984 eigenlijk het hoogtepunt van haar carrière moeten worden. Zij stond toen op het toppunt van haar kunnen. De boycot van Los Angeles door het Oostblok gooide roet in het eten. Als 22-jarige werd ze voor Seoul te oud geacht. Maar dat viel dus hard mee.

Op de vraag in de Zuid-Koreaanse hoofdstad of de zes gouden medailles haar leven zouden veranderen, zei ze droog: 'Ik zou het niet weten, ik ben nog niet thuis geweest'.

Weer beheersten de Oostduitsen het zwemtoernooi, maar de Amerikaanse Janet Evans sloeg toch een paar bressen in de hegemonie. Ze won de 400 m en 800 m vrije slag en de 400 m wisselslag met een energievretend hoog armtempo.

De Amerikaan Greg Louganis veroverde beide titels op het schoonspringen (3 m en 10 m plank), maar bij velen zal hij vooral bekendheid houden als de man die bij de kwalificaties op een verschrikkelijke manier met zijn hoofd op de springplank klapte. Duizenden in het zwemstadion en miljoenen voor de tv zagen het met huiver en afgrijzen gebeuren. Louganis kwam bloedend uit het water en er waren vele
hechtingen nodig om het gat in zijn hoofd te dichten.

Het tekende zijn koelbloedigheid dat hij daarna verder ging of er niets was gebeurd. Met de mooiste sprongen en de hoogste scores werd hij Olympisch kampioen.
De bekendste klap van Tuur
De Rotterdamse vedergewicht Regilio Tuur trof in het bokstoernooi al in de eerste ronde de wereldkampioen in deze gewichtsklasse, de Amerikaan Kelcie Banks. Een snelle uitschakeling leek onafwendbaar. Maar het liep anders.

Na 1 minuut en 50 seconden daverde Tuur door de verdediging van de Amerikaan een rechtse die via de tv de hele wereld overging. Banks ging als een blok tegen de vloer en bleef daar enkele minuten buiten bewustzijn liggen.

Tuur behaalde in Seoul geen medaille maar die ene klap had hem een naam in de boskwereld bezorgd. Als prof werd hij later wereldkampioen.

Het bokstoernooi had weer zijn gebruikelijke dubieuze beslissingen, maar wat er in de finale van het licht-middengewicht gebeurde, sloeg alles.

Daarin troffen de Zuid-Koreaan Park Sihun en de Amerikaan Ray Jones elkaar. Het was al een wonder dat Park zo ver was gekomen, want zijn overwinningen waren steeds op het randje geweest. Jones nam de Koreaan drie ronden grondig onder handen. Er was geen twijfel wie de winnaar was. Toch gaf de vijf-koppige jury met 3-2 de zege aan Park Sihun.

Het Olympisch kampioenschap voor de raarste redenering kwam toe aan het Marokkaanse jurylid dat naar zijn zeggen uit medelijden op Park had gestemd, in de stellige verwachting dat zijn collega's wel op Jones zouden stemmen.

Het bestuur van de Internationale Boksbond zat zwaar in zijn maag met de zaak maar kon er weinig aan doen. Om het goed te maken gaf men de cup voor de beste bokser van het toernooi aan... verliezer Jones.

Voor Nederland was er twee keer goud. De roeiers Nico Rienks en Ronald Florijn wonnen de dubbel-twee na een uitgekookte race. Na een rustige start stoven ze na 800 m naar voren, verdrongen de Russen van de kop en stonden die niet meer af.
Florijn: 'Het was zo op het oog een gemakkelijke race. Pas toen we naar de ceremonie roeiden, merkten we hoe kapot we waren'.

Met een fenomenale eindsprint, van ver ingezet, won Monique Knol de wegwedstrijd voor vrouwen. De thuiskomst beleefde ze later als een droom. 'Het was een enorm feest. De hele badkuip thuis zat vol bloemen. De wanden van de huiskamer waren behangen met kaarten. Ik werd met een koets naar de burgemeester gereden. Het zag zwart van de mensen bij het gemeentehuis. Ik voelde me net de koningin'.

Zilver was er voor de 4 x 100 m vrije slag estafetteploeg (Conny van Bentum, Marianne en Mildred Muis en Karin Brienesse) en de wielrenner Leo Peelen bij de 50 km puntenkoers. Brons behaalden de dames en heren hockeyploeg, de judoka Ben Spijkers en de bokser Arnold Vanderlijde.

De wereld van 1988
De ontspanning in de internationale verhoudingen kwam tot uiting in de afwezigheid van grootschalige boycot-acties, zoals die zich sinds 1976 hadden voorgedaan.
Dat Noordkorea in Seoul ontbrak had uiterard alles te maken met de gewapende vrede die tussen beide landen heerste. Maar ook in Zuidkorea zelf was de situatie weinig ontspannen. Dat kwam onder meer tot uitdrukking in studentenopstanden die vaak zeer hardhandig door de politie werden onderdrukt.

Medaille overzicht

Goud Zilver Brons
1. U.S.S.R. 55 31 46
2. Duitsland (Oost-) 37 35 30
3. Verenigde Staten 36 31 27
4. Duitsland (West-) 11 14 15
5. Bulgarije 10 12 13

21. Nederland 2 2 5

Nederlandse erelijst

Goud (2)
Rienks/Florijn (dubbel-twee, roeien)
Monique Knol (wegwedstrijd, wielrennen)

Zilver (2)
Dames estafetteploeg (4 x 100m vrije slag, zwemmen)
Leo Peelen (puntenkoers, wielrennen)

Brons (5)
Heren hockeyers
Dames hockeyers
Cox/Derckx (kanovaren)
Ben Spijkers (tot 86 kilo, judo)
Arnold Vanderlijde (zwaargewicht, boksen)