Sydney 2000

Sydney 2000
Achtergrond
'The greatest Games ever', noemde IOC-voorzitter Samaranch de Olympische Spelen van Sydney bij de sluitingsceremonie. En als één stad die kwalificatie verdiende, dan deze Australische metropool wel.

Veertien dagen lang, van 15 september tot 1 oktober, liep alles op rolletjes: van het wedstrijdverloop tot en met het vervoer (de achilleshiel van Atlanta vier jaar eerder) en niet te vergeten het enthousiasme van het 45.000 man en vrouw tellende Olympische vrijwilligerskorps dat geen moeite te veel was.

Naar de Spelen kwamen 200 landen met in totaal 10.651 deelnemers, van wie 4.069 vrouwen. Nederland was vertegenwoordigd met 231 sporters, van wie 84 vrouwen. Tijdens de openingsceremonie, die naar schatting 3.5 miljard tv-kijkers trok, droeg Anky van Grunsven de Nederlandse vlag.

Het Olympisch vuur werd ontstoken door de atlete Cathy Freeman, de eed afgelegd door hockeyspeelster Rechelle Hawkes. Op het programma stonden 28 takken van sport met in totaal 300 onderdelen. Voor het eerst verwierven taekwondo en triathlon de Olympische status.

Voor Nederland waren het ook veruit 'the greatest Games ever'. Nog nooit viel zoveel eremetaal in Hollandse handen. In het officieuze eindklassement nam ons land de achtste plaats in met twaalf gouden, negen zilveren en vier bronzen medailles. Het eindigde daarmee voor naties als Cuba, Groot-Brittannië, Roemenië, Hongarije, Polen en Japan.
Inge de Bruijn
Goud, goud en nog eens goud
Tot de toonaangevende figuren op deze Spelen behoorden drie Nederlandse toppers. Inge de Bruin dook in het zwembad drie gouden medailles (50 en 100 m vrije slag, 100 m vlinderslag) en een zilveren (met Manon van Rooijen, Thamar Henneken en Wilma van Rijn op de 4 x 100 m vrije slag) op. Leontien Zijlaard-van Moorsel won bij het wielrennen de achtervolging, de wegwedstrijd en de tijdrit. Bovendien behaalde zij nog zilver bij de puntenkoers.

Zwemmer Pieter van den Hoogenband onttroonde de fameuze Rus Popov op de 100 m vrije slag en bleef tot ontzetting van heel Australië de als winnaar gedoodverfde Ian Thorpe op de 200 m vrije slag voor. Op het loterijnummer 50 m vrije slag eindigde Van de Hoogenband als derde op nageldikte afstand van twee Amerikanen. Voorts zorgde hij er ook nog voor dat Nederland brons kreeg op de 4 x 200 m vrije slag (met Martijn Zuidweg, Johan Kenkhuis en Marcel Wouda).

Bij de atletiek ging het koningsnummer (de 100 meter) naar de favorieten, de Amerikaan Maurice Green (9.87) en zijn landgenote Marion Jones (10.75), die zo ver op haar rivales voor was dat ze bij de finish nauwelijks op één foto te krijgen waren. Jones won ook de 200 meter en maakte deel uit van de gouden 4 x 400 meter estafetteploeg. Brons behaalde ze bij het verspringen (gewonnen door de Duitse veterane Heike Drechsler) en de 4 x 100 m.

De Tsjech Jan Zelenski verwierf voor de derde achtereenvolgende keer de Olympische titel speerwerpen, de Ethiopiër Haile Gebreselassie prolongeerde na een zeer zware eindsprint zijn kampioenschap op de 10.000 m.

Het prestatieniveau bij de atletiek was dit keer niet uitzonderlijk hoog. Wellicht had de verscherpte dopingcontrole en de mogelijkheid 'epo' op te sporen daar iets mee te maken.

Vrij van doping waren deze Spelen echter niet. Bij de gewichtheffers, waar het gebruik van dergelijke middelen kennelijk niet uit te roeien valt, moesten wederom enige medaillewinnaars hun eremetaal inleveren.

Ook het gymnastiektoernooi kende een dopinggeval, al kan men daar gerede twijfel over hebben. De winnares van de achtkamp bij de dames, de Roemeense Andrea Raducan, moest haar gouden medaille inleveren. De teamarts had haar een verkeerd middeltje tegen verkoudheid gegeven.

Een bijzondere figuur bij deze Spelen was de Brit Steven Redgrave. Hij werd bij het roeien voor de vijfde achtereenvolgende keer (dit maal in de vier zonder stuurman) Olympisch kampioen.
Goud voor hockeyers na bijna uitschakeling
Het hockeytoernooi verliep voor Nederland zeer grillig. De Oranjeploeg bij de heren waande zich na de poulewedstrijden al uitgeschakeld, na teleurstellende prestaties tegen o.a. Maleisië (0-0) en Pakistan (0-2). Door een onverwachte nederlaag van Duitsland tegen Groot-Brittannië werd toch nog de halve finale bereikt.

Daarin werd na een zenuwslopende strijd (verlenging en strafballen) het favoriete Australië uitgeschakeld. In de finale trof Nederland het verrassende Korea. Een 0-1 achterstand werd door doelpunten van aanvoerder Stephan Veen omgebogen in een 3-1 voorsprong, maar die werd in de slotfase weer prijsgegeven: 3-3. Weer kwam het aan op strafballen en weer bleek Oranje de sterkste zenuwen te hebben. Na een lange enerverende avond mocht de prins van Oranje als IOC-lid zijn landgenoten de gouden medailles omhangen.

Ook de Nederlandse hockeydames konden hun topvorm niet benaderen. Met enig geluk konden zij toch nog de hand op brons leggen.

De Nederlandse judoka's presteerden over het algemeen beneden hun kunnen, maar één man maakte die tegenvallers vrijwel geheel goed: luchtmachtofficier Mark Huizinga toonde zich overtuigend de sterkste in de klasse tot 90 kg. Vier jaar eerder had hij al brons veroverd.

Goud, na veel zilver bij voorbije Spelen, was er ook voor het vermaarde duo Anky van Grunsven en de 17-jarige Bonfire in de dressuur. Eindelijk kon dan de Duitse greep op de Olympische titel in dit onderdeel worden doorbroken.

Geheel onverwacht zorgden andere Nederlandse ruiters eveneens voor eremetaal. Jeroen Dubbeldam en Albert Voorn, door de favoriete Duitsers als 'internationaal te licht' afgeschilderd, werden eerste en tweede in het individuele springconcours met respectievelijk De Sjiem en Lando.

Geen medaille was er voor de Nederlandse volleybalploeg, de titelhouder van Atlanta. Na alle frustratie over plaatsing voor de Spelen werd niet al te veel verwacht van dit team, maar het eindigde op een eervolle vijfde plaats. Van de latere kampioen Joegoslavië werd in de kwartfinale slechts met 17-15 in de vijfde set verloren.

Medailleoverzicht

Goud Zilver Brons
1. Verenigde Staten 39 25 33
2. Rusland 32 28 28
3. China 28 16 15
4. Australië 16 25 17
5. Duitsland 14 17 26
6. Frankrijk 13 14 11
7. Italië 13 8 13
8. Nederland 12 9 4

Nederlandse erelijst

Goud (12)
Heren hockeyers
Inge de Bruijn 3x (zwemmen, 50 m vrij/100 m vrij/100 m vlinderslag)
Leontien Zijlaard-v. Moorsel 3x (wielrennen, achtervolging baan/wegwedstrijd/tijdrit)
Pieter vand en Hoogenband 2x (zwemmen, 100 m vrij/200 m vrij)
Mark Huizinga (judo, tot 90 kg)
Anky van Grunsven (paardensport, dressuur)
Jeroen Dubbeldam (paardensport, springen)

Zilver (9)
Estafette dames 4x100 vrij (zwemmen)
Leontien Zijlaard-Van Moorsel (wielrennen baan, puntenkoers)
Albert Voorn (paardensport, springen)
Dressuur team (paardensport)
Pieta van Dishoeck/Eeke van Nes (roeien, dubbel twee)
Holland Acht vrouwen (roeien)
Dubbel vier mannen (roeien)
Miriam Oremans/Kristie Boogert (tennis, dames dubbel)
Margriet Matthijsse(zeilen, Europe-klasse)

Brons (4)
Pieter vand en Hoogenband (zwemmen, 50 m vrij)
Mannen estafette 4x200 vrij (zwemmen)
Hockeydames
Wietse van Alten (handboogschieten)