Open clubs

Als mensen ergens gaan sporten waar ze gezellig met anderen kunnen sporten, waar een leuke trainer voor de groep staat die ze ook nog iets bijbrengt, waar ze op hun eigen niveau kunnen presteren en waar het prettig vertoeven is, dan blijven ze daar heel lang actief sporten. Anders gezegd; sportclubs waarbij de ‘gouden driehoek’ van aanbod-kader-accommodatie continu in balans is en waar de sociale samenhang groot is, slagen er als geen ander in om bestaande leden en sporters langdurig aan zich te binden. Omdat we ook niet-leden of niet aangesloten sporters het gunnen om onderdeel te worden van dergelijke clubs, proberen wij sportverenigingen en andere sportaanbieders te triggeren om meer ‘open’ te worden. Voor elke buurt in Nederland een open club!

Open club
Een open club kenmerkt zich door een open houding van de kartrekkers en betrokkenen bij de club. Een dergelijke club is een ontmoetingsplek waarbij zij eigen leden, andere regelmatige bezoekers van de club en de buurtbewoners uitnodigt om te sporten en om bij de vereniging betrokken te raken en te blijven. Een open club is ondernemend en richt zich op een langetermijnvisie en staat daarom nooit stil. Zij denkt vraag- en buurtgericht en gaat steeds opnieuw na wat de behoeften zijn en speelt daarop in. De club gaat (mogelijk in samenwerking met andere sportclubs en partijen uit andere sectoren) gericht aan de slag om activiteiten aan te bieden, die haar hoofdactiviteit versterken. Ook voert de club actief en continu beleid op de ontwikkeling, kwaliteit en opleiding van sporttechnisch, arbitrerend en bestuurlijk kader. En streeft zij naar een betere bezettingsgraad van de accommodatie. Dit alles leidt tot ledenbinding, -behoud en/of -groei, meer ‘reuring’ op de club en continuïteit van het bestaansrecht.

Een open club kan een individuele vereniging zijn maar veelal is de open club een samenwerking tussen meerdere verenigingen (bijv. een sportpark) en/of andere (commerciële) sportaanbieders en/of playgrounds/courts/pleintjes/buurtwerk (juridische entiteit is niet leidend).

Meer formules, één doel: bij een open club is iedereen thuis
De open club gedachte positioneren we als een beweging, een filosofie. Deze filosofie is gebaseerd op de vele lokale initiatieven, waar bonden en gemeenten verschillende benamingen voor gebruiken. Denk aan sportplusverenigingen in Rotterdam, ondernemende zwemverenigingen bij de KNZB, vitale sportverenigingen in Enschede, vitaal, maatschappelijke actieve verenigingen in Arnhem, sportdorpen in plattelandsgebieden, buurthuis van de toekomst in Den Haag, Fitness 2.0 door Fit!vak, Maatschappelijk Verantwoord Verenigen door MVV Nederland en open clubs door Meer dan Voetbal/KNVB. Bij de openclubgedachte is het geen kwestie van óf ‘open’ óf ‘gesloten’. De gedachtegang kan worden gezien als continuüm, een ladder. Voor de ideale open club bestaat geen formule. En dat is maar goed ook, want elke buurt maar ook de daar aanwezige sportclubs hebben hun specifieke behoeften. Elke club (groot/klein, binnen-/buitensport, team/individueel) kan voor zichzelf een stap (trede) zetten om meer open te worden.

Inspiratiebijeenkomsten
Om clubs te triggeren (nog meer) open te worden en elkaar hierover te laten inspireren, organiseert NOC*NSF – in samenwerking met diverse sportbonden en lokale/regionale sportorganisaties – zogenoemde open club-sessies . Deze open club-sessies vinden op (klein)regionaal niveau plaats, denk hierbij aan bijvoorbeeld ‘t Gooi en Vechtstreek, Achterhoek, Twenterand en West-Brabant. De open club-voorbeelden uit de zaal vormen de inspiratie voor rondetafelgesprekken waarbij clubbestuurders en andere enthousiastelingen met elkaar in gesprek gaan en daarbij van elkaars ervaringen kunnen leren.

Aanpak doelgroepen
Door vraag- en buurtgericht te handelen, kan de vereniging nieuwe doelgroepen aan zich binden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan buurtbewoners die vanuit traditie geen lid zijn (diverse redenen denkbaar, o.a. culturele achtergronden, armoede, werkloosheid, ouderdom, beperkingen, eenzaamheid, etc.), maar wel betrokken kunnen worden bij de club. Of het voor jongeren met een handicap toegankelijker maken om te sporten op de club,waardoor jongeren met en zonder een handicap samen langer blijven sporten.

Bij de focus op specifieke leeftijdsgroepen liggen er voor verenigingen ook veel kansen. Bijvoorbeeld gepensioneerden of werkende ouders met jonge kinderen of de jeugd zelf. Via school kunnen alle kinderen worden bereikt, ook de kinderen die niet van nature geïnteresseerd zijn in de sport of vanwege sociaaleconomische redenen niet kunnen sporten. Sportverenigingen kunnen ook de samenwerking aan gaan met het bedrijfsleven. Bedrijfssport richt zich op het reduceren van het ziekteverzuim, het verbeteren van het welzijn van de medewerkers en verlaagt de drempels voor tijd en kosten die redenen kunnen zijn om niet aan sport te doen.