Mijn Olympische missie

Robin van Galen heeft onlangs zijn boek Mijn Olympische missie gepresenteerd. De Coach van het Jaar 2008 reikte de eerste drie exemplaren uit aan Daniëlle de Bruijn en Simone Koot ‐ twee vertegenwoordigsters van de gouden Oranje-equipe van Beijing ‐ en Marco Veenhuis ‐ directeur van Widex Nederland, de hoofdsponsor van de Nederlandse waterpoloteams en van Van Galens huidige club Widex GZC DONK. Een bloemlezing.

In de zomer van 1989 loopt Robin van Galen een schouderblessure op. Het is een flinke streep door de rekening van de jonge Rotterdammer, die als speler met de nationale mannenploeg naar de Olympische Spelen wil. Als blijkt dat de kwetsuur die droom definitief verstoort, zet hij de teleurstelling snel opzij. 'In de overtuiging dat het leven loopt, zoals het is voorbestemd, concentreerde ik me op andere facetten van het waterpolo. Hoewel ik best durf te stellen dat ik in goede gezondheid ook als speler de Olympische Spelen had gehaald, kon de blessure wel eens een typisch geval zijn van "een geluk bij een ongeluk". Nu kon ik zonder voorbehoud kiezen voor een carrière als coach. Ik weigerde "mijn Olympische missie" los te laten. Ik moest en zou naar de Spelen.'

Van Galen bouwt snel een indrukwekkende palmares op. Met de mannen en vrouwen van DONK en met de mannen van HZC De Robben timmert hij flink aan de weg. De KNZB zet de topcoach in 2006 aan het roer van de nationale vrouwenselectie. 'Kwalificatie voor Beijing 2008 zou beslist geen abc'tje worden. Nederland was een halfjaar voor mijn komst tiende geworden op het WK in Montréal. Ik wist dat er nog veel werk moest worden verzet. Het versnellen van mijn missie zou me bloed, zweet en tranen plus een hoop grijze haren kosten.'

De 'gouden coach' neemt in zijn schrijversdebuut geen blad voor de mond. Hij is open over de macht van de vijfde colonne en over zijn eigen twijfels. 'Iedere coach twijfelt wel eens aan zichzelf. Daar is niets mis mee. Het is juist goed als je jezelf af en toe een spiegel voorhoudt. Al dan niet met behulp van een ander. Ik maakte een afspraak met Rico Schuijers, onze sportpsycholoog. Ik gaf eerlijk aan dat ik niet wist of ik de man was die dit team naar de Olympische Spelen kon brengen.'

Met uitgebreide beschrijvingen bij onder meer theorieën van Bruce Tuckman en Stephen Covey illustreert Van Galen de teamprocessen waar hij met de nationale vrouwenselectie doorheen moest, voordat ze samen de zoete smaak van succes mochten proeven. 'Als coach wil je niets liever dan dat je ploeg in topvorm aan een groot toernooi begint. Maar topvorm kun je niet garanderen. Je kunt niet op voorhand bepalen wanneer jouw sporters in de flow raken. Wel kun je de voorwaarden voor de perfecte conditionele staat beïnvloeden.'

De Olympische voorbereiding staat in Van Galens boek van a tot z beschreven. Coaches en managers krijgen veel praktische tips op het gebied van inspanningsfysiologie, mental coaching en groepsdynamiek.

Een uniek kijkje achter de schermen van het Olympisch dorp en het Yingdong Natatorium te Beijing én een persoonlijke uiteenzetting van de veranderingen in zijn leven na 21 augustus 2008 completeren Van Galens succesverhaal. Hij laat de lezer met een voldaan gevoel achter. '"Robin, ik weet het niet, hoor, maar het lijkt wel of niemand van ons kan winnen," zei Alette Sijbring zacht. Ik zag een mengeling van trots en ongeloof in haar ogen. "Mooi, hè?" glimlachte ik met een knipoog. En weg was ze. Ze zag niet dat de tranen over mijn wangen rolden. Wat kunnen sport en intensief omgaan met sporters toch veel met je doen. Schitterend!'

Robin van Galen is een van de sprekers op het Nationaal Coach Platform, woensdag 20 mei op Papendal.