Het talent: Sjoerd de Vries

'Vancouver is haalbaar'

Het komende schaatsjaar staat uiteraard volledig in het teken van de Winter Spelen van Vancouver. Op de Nederlandse ijspiste is het dringen geblazen om de Olympische tickets. Talent Sjoerd de Vries (20) behoort tot de outsiders. Dat beseft de DSB-rijder zelf ook.

'Ik richt mij vooral op de 1.000 en 1.500 meter,' vertelt de blonde Fries. 'Op die afstanden is de concurrentie alleen in eigen land al moordend. Dus het wordt voor mij heel lastig om Vancouver te halen. Ik droom er natuurlijk wel van.'

Sjoerd de Vries brak in 2007 door met de wereldtitel bij de junioren. Die machtsgreep leverde hem een tweejarig contract op bij de ploeg van coach Jac Orie. Na het WK-goud werd het relatief stil rond het jonge talent. 'Ik moet nog twee of drie grote stappen zetten om bij de Nederlandse top te komen,' erkent hij. 'Ik ben pas twintig. Ik heb dus nog even.'

De Vries wil evenwel geen tijd verspillen. 'De buitenwereld ziet mij misschien nog als een talent, maar voor mezelf ben ik dat niet meer. Ik ben veel verder dan in 2007. Ik moet nu aansluiting vinden bij de vaste kern van de Nederlandse schaatstop. Mijn huidige niveau is daarvoor nog niet voldoende. Ik moet een betere, snellere en sterkere schaatser worden.'

Toch kijkt De Vries niet ontevreden terug op het afgelopen schaatsseizoen. 'Een van de doelstellingen was plaatsing afdwingen voor internationale wedstrijden. Dat is gelukt. Ik heb tien starts gemaakt in het wereldbekercircuit. Die ervaring heb je nodig om hogerop te komen. Vroeger reed ik in één weekeinde vier of vijf wedstrijden. Nu moet je alles in die ene race leggen. Als de tijd dan tegenvalt, zit je met een rot gevoel dat lang kan blijven hangen. Daarmee moet je leren omgaan. Die stabiliteit moet ik nog krijgen.'

De stijgende lijn in de prestatiecurve van De Vries is niettemin zichtbaar. 'Bij het NK Sprint eindigde ik op de zevende plaats. Het jaar daarvoor was ik nog twaalfde. Ook bij het NK Afstanden ging het lekker. Ik werd vijfde op de 1.000 meter in misschien wel mijn beste race van het seizoen. Komend jaar nog een plaatsje hoger en ik sta in Vancouver, mits ik natuurlijk een nominatie in de wacht sleep. Ik denk dat de druk bij de oude garde groter is dan bij mij. Voor hen is Vancouver een eindstation, voor mij hopelijk het begin van iets heel moois.'