Bij de introductie van volleybal op de Paralympische Spelen, in 1976 in Toronto, werd alleen staand gevolleybald.

Beschrijving

Bij de introductie van volleybal op de Paralympische Spelen, in 1976 in Toronto, werd alleen staand gevolleybald.

Oorspronkelijk werd deze vorm door geamputeerden gespeeld. Afhankelijk van de aard en omvang van de beperking werd een speler in een van de negen beschikbare categorieën ingedeeld. Elke categorie kende een handicapscore (een grotere beperking leidde tot een hogere score) en op het veld moesten altijd ten minste 13 punten staan. In 1984 werden ook andere handicapsoorten toegelaten tot de sport. In 1988 kwam het tot een eenduidige classificatiesysteem die alle soorten omvatte.

Deze volleybalvariant wordt tegenwoordig nog steeds beoefend, maar komt niet meer voor op het Paralympische programma.

In 1980 werd zitvolleybal geïntroduceerd op de Paralympische Spelen. De regels zijn in grote lijnen hetzelfde als bij het gewone volleybal. Er zijn een paar verschillen:

Een speler moet tijdens het spelen van de bal, met het zitvlak of enig deel van de romp contact hebben met de vloer.
Het veld is kleiner dan een gewoon volleybalveld en meet 10 bij 6 meter.
Het net hangt op een lagere hoogte: 1,15 meter bij de mannen, 1,05 meter bij de vrouwen.
Teams mogen bestaan uit spelers met een verschillende soort handicap.


TerugNaar boven